Tag archieven: De Arbeiderspers

Philibert Schogt – Hoe slim is het om slim te zijn

Philibert Schogt Hoe slim is het om slim te zijn recensie en informatie boek over intelligentie en ai van de Nederlandse schrijver. Op 4 maart 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers het boek met essays van de uit Nederland afkomstige schrijver Philibert Schogt. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Philibert Schogt Hoe slim is het om slim te zijn recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Hoe slim is het om slim te zijn van Philibert Schogt, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Philibert Schogt Hoe slim is het om slim te zijn

Hoe slim is het om slim te zijn

  • Auteur: Philibert Schogt (Nederland)
  • Soort boek: essays over intelligentie
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 4 maart 2025
  • Omvang: 144 pagina;s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst boek over intelligente en ai van Philibert Schogt

Dankzij onze superieure intelligentie zijn wij mensen de machtigste wezens op aarde geworden. Maar dit evolutionaire succesverhaal heeft een schaduwzijde. In zeven aanstekelijke en soepel geschreven essays gaat Philibert Schogt gedetailleerd op deze kwestie in. Hoe onze intelligentie tot cynisme of snobisme kan leiden, of juist tot een ongezonde mate van empathie. Over de toegenomen complexiteit van onze samenleving, die steeds minder mensen nog begrijpen.

Over kunstmatige intelligentie als mogelijk nieuw monster van Frankenstein. Telkens rijst de vraag of het wel zo slim is om slim te zijn.

Philibert Schogt is geboren in Amsterdam in 1960. Hij groeide op in de VS en Canada en studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn veelgeprezen debuutroman De wilde getallen (1998) werd ook internationaal een succes, met vertalingen in onder andere het Engels, Duits en Koreaans. Ook zijn daaropvolgende romans Daalder (2002) en De vrouw van de filosoof (2005) zijn in verscheidene landen uitgebracht.

Bijpassende boeken en informatie

Anna Enquist – De onderkant

Anna Enquist De onderkant recensie en informatie boek met nieuwe gedichten van de Nederlandse dichteres. Op 28 maart 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers de nieuwe dichtbundel van Anna Enquist. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Anna Enquist De onderkant recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van De onderkant, de nieuwe dichtbundel van Anna Enquist, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Anna Enquist De onderkant

De onderkant

  • Auteur: Anna Enquist (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 28 maart 2025
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Anna Enquist

Ook in haar tiende bundel blijft Anna Enquist optima forma en levensdriftig zichzelf.

Als psychotherapeute en als dichter – van Soldatenliederen (1991) tot en met Berichten van het front (2020) – heeft Anna Enquist steeds achter en onder de dingen gekeken, tegels lichtend van de ziel en vliezen wegtrekkend van de oppervlakkige werkelijkheid, om te verkennen wat er woelt en woedt in de duistere ‘ruimte onder grond en mos’. In deze nieuwe bundel, haar tiende, vervolgt ze die missie met onverminderde passie en vasthoudendheid. Wat daar zoal wordt aangetroffen: een innerlijk toneel van krimp, benauwd geluk, de glimmende hoeven van een sater, een wak in de winter.

Anna Enquist is op 19 juli 1945 geboren in Amsterdam. Ze studeerde piano en psychologie. Ze was lange tijd als docente verbonden aan het Sweelinckconservatorium en werkte in de periode 1988-2000 als psychoanalytica aan een instituut in Amsterdam. Daar deed zij analyses en therapieën en gaf zij cursussen aan verschillende opleidingen. Ze publiceert haar boeken onder pseudoniem. Haar echte naam is Christa Widlund-Broer.

In 1988 debuteerde  met enkele gedichten in het literaire tijdschrift Maatstaf. Het meesterstuk, Het geheim, Contrapunt, De verdovers en Want de avond bezorgden haar een breed en internationaal lezerspubliek. Van haar werk zijn miljoenen exemplaren verkocht in Nederland en het buitenland.

Bijpassende boeken en informatie

Nyk de Vries – De baptisten

Nyk de Vries De baptisten recensie en informatie over de nieuwe roman van de Friese schrijver en dichter. Op 29 april 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers de roman van Nyk de Vries, de uit Friesland afkomstige Nederlandse schrijver. Hier lees informatie van de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Nyk de Vries De baptisten recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van De baptisten, de nieuwe roman van Nyk de Vries, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Nyk de Vries De baptisten

De baptisten

  • Auteur: Nyk de Vries (Nederland)
  • Soort boek: coming of age-roman
  • Uitgever; De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 29 april 2025
  • Omvang: 352 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Nyk de Vries

Niets meer en niets minder. Het is de ene die zich schrap zet tegenover de ander.

Op een snikhete middag brengt Marten zijn zoon naar een speelkameraadje. Aan tafel bij diens Marokkaanse oma wordt hij op indringende wijze herinnerd aan zijn jeugd in Friesland, in het bijzonder aan zijn jeugdvriend Wytse. De twee jongens kenden elkaar van school en de kerk en begonnen samen een band. Door hun bevlogen optredens vormden ze een hechte clan, tot ze langzaam tegenover elkaar kwamen te staan, door hun geloof. Of ging het, zo vraagt hij zich gaandeweg af, eigenlijk om iets anders.

Nyk de Vries is geboren op 2 januari 1972 in Noordbergum, Friesland. Hij is schrijver, muzikant en legendarisch performer. Hij woont met zijn gezin in het gegentrificeerde Amsterdam-Oost, maar werd geboren in een Fries dorp van arbeiders en boeren. Zijn werk typeert zich door z’n behoefte om te verbinden, om tegenstellingen die in hem leven met elkaar te verzoenen. Met zijn roman Renger won hij de Piter Jellesprijs. Van 2019 tot 2021 was hij Dichter fan Fryslân.

Bijpassende boeken en informatie

Emy Koopman – De vrouw in de kelder

Emy Koopman De vrouw in de kelder recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster. Op 25 februari 2025  verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers de roman van de uit Nederland afkomstige schrijfster en journalist Emy Koopman en met illustraties van Moniek van de Pas. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Emy Koopman De vrouw in de kelder recensie van Tim Donker

Er loopt een lijn van mijn moeder naar Jean-Philippe Toussaint en nu ik Koopman gelezen heb weet ik dat.

Een vrouw, Veronika Paardenbijter, huurt een kelderwoning in het huis van Renée en Jacqueline. In kelder, in schemering, trekt ze zich terug. Om niks te doen, om slechts te zijn, om weg te zijn uit de wereld waar van alles moet en mensen van alles van je verwachten, verlangen, willen. Misschien wat te lezen. Misschien wat te schrijven. Rust, vooral. Vooral rust.

Ik dacht aan mijn moeder. Het was later, we woonden al in Eindhoven, niet meer in het dorp waar ik ben opgegroeid, ik was nog maar een paar stappen verwijderd van volwassenheid, ik was nog net niet het huis uit, toen mijn moeder en ik dat gesprek hadden. Ze was jong verliefd geworden op mijn vader, ze waren net twintig toen ze gingen samenwonen en toen, niet lang daarna, mijn oudste zus geboren werd. Van het ouderlijk huis naar een huis met haar eigen gezin, er had niks tussen gezeten, van nog-net-geen-kind-meer naar moeder, daar had nauwelijks een fase tussen gezeten. Ze was één der laatste voltijdsmoeders geweest en bijgevolg had ze maar een hele korte periode een betaalde baan gehad. Niet dat in huishoudelijke taken haar gehele passie lag. Ze hield van koken, in veel minder mate van schoonmaken, niet dat we altijd in een smerig huis leefden, maar veel meer dan het hoognodige deed ze niet, en toen wij, kinderen, ik, als jongste, het allerlaatst, steeds minder ouderlijke zorg nodig hadden, vulden haar uren zich met leegte. Een leegte waarin ze las, voor het raam zat, kruiswoordraadsels oploste, televisie keek. Misschien had iemand er iets van gezegd, misschien had de stilte (in Eindhoven had ik eindelijk zoiets als vrienden en was ik veel vaker dan voorheen in het dorp lang uithuizig) haar de gedachte opgedrongen; ik weet het niet, maar hoe het ook zij, op enig moment vertrouwde ze me toe zich te schamen voor haar luie aard. Ik stond op van tafel, we hadden, zoals zo vaak in die tijd, met z’n tweeën gedineerd die avond, en begon, rusteloos heen en weer benend, aan een vurig pleidooi ten faveure van de luiheid. “Het zijn de overijverigen, de ambitieuzen, de eerzuchtigen die de wereld naar de verdommenis helpen, niet de luiaards!”, zo besloot ik mijn betoog; iets wat mijn moeder klaarblijkelijk in haar hart gesloten had want ze kwam er nog vaak op terug. Ze had mijn woorden verkort tot “Als je niks doet, heeft ook niemand last van je”, wat niet een heel accurate samenvatting was van wat ik gezegd had maar het deed me goed dat ze nu ook de voordelen van een lui leven kon inzien.

Een vrouw die in een stiller leven omarmen wil op een beperkt aantal vierkante meters, het deed me denken aan mijn moeder. Als ze nog geleefd had, zou ik haar De vrouw in de kelder als leestip gegeven hebben.

En door leestips, en door een verhaalfiguur dat kiest voor een leven in één ruimte, dacht ik aan De badkamer van Jean-Philippe Toussaint. En hoe gek het eigenlijk is dat ik toen ik De badkamer las niet aan mijn moeder gedacht had, of op het idee kwam het haar te tippen. Waarschijnlijk was ze al ziek toen ik het las, ik kocht het tweedehands, vele vele jaren na 1987, het jaar van verschijnen. Wel leende ik het uit aan mijn toenmalige buurman. Die kon dat leek mij wel waarderen, een boek over een man die besluit voortaan in zijn badkamer te zullen leven. “Hij is toch al wel vrij snel die badkamer weer uit.” gaf ik hem als waarschuwing mee, na lezing deelde hij die indruk waarbij het echter opvatte als kritische noot. Maar ik weet niet of ik het als kritiek bedoeld had, het had me in eerste instantie wel tegengevallen dat De badkamer zich niet heeldurtijd in de badkamer had afgespeeld, later kon ik er ook wel iets grappigs inzien, iets wat ik zelf gedaan zou kunnen hebben, als mijn eertijdse droom schrijver te worden niet door ondervoeding een vroege dood gestorven was en ik me voor het godsonmogelijke projekt gesteld gezien had om boek na boek vol te zeveren – dan had ik ook, zomaar, op het idee kunnen komen, liggend in bad, in stoomwolken, in kruidgeur, alleen met mijn gedachten, in stilte, god wat aangenaam, hier zou ik de hele dag wel kunnen blijven, hier zou ik altijd kunnen liggen, hee, wat een goed idee, een boek over een vent die voortaan in zijn badkamer gaat wonen, daar zou je een boek over kunnen schrijven, en dan ga je schrijven, en dan weet je na een tijd ook niet meer wat je aan moet met die eikel in die badkamer, je hebt meer ruimte nodig om nog iets met die gast aan te kunnen, nu heb je nog niet eens genoeg bladzijden voor een novelle, ach laat hem maar naar buiten gaan en mensen tegenkomen, en dingen zien, een heel klein beetje actie misschien, dat geeft me al wat meer pagina’s ja, tegen je uitgever zeg je maar dat het gaat over een man die besluit zijn badkamer niet meer uit te willen, doet het vast goed, ja, daar kon ik toch ook wel wat humor in zien, die Toussaint toch, boeken schrijven die niet gaan over waar ze over gaan, dat vond ik goed, mijn buurman niet, die vond het zwak, hij is mijn buurman inmiddels niet meer, De vrouw in de kelder zou hij beter hebben gevonden, Veronika blijft tot het eind toe in de kelder, naja, niet uitsluitend in de kelder, op het eind durft ze ook al de tuin van Renée en Jacqueline in, maar de kelder als woning opgeven gebeurt niet, niet in dit boek.

Misschien dacht ik, met mijn moeder, mijn voormalig buurman, met Toussaint in gedachten, een beetje te vlug in dit boek een essayisties geschrift te zien, een sociaal-maatschappelijk kommentaar, een kontemplasie. “Ik heb een grotendeels functionerend lichaam en niemand die zijn levensgeluk of wat dan ook van mij laat afhangen. Ademruimte. Hier zit ik en hier blijf ik voorlopig zitten.”, schrijft Koopman. En over zoeken naar afzondering heeft ze het ook. Onontgonnen willen zijn. Dat ken ik wel. Denk ik. “Bevrijd zijn van je eigen ambities”, ook iets dat ik zei, ooit, in gesprek met iemand, wie ook alweer, ik weet alleen nog dat het een vrouw was. Presteren, iets voorstellen, je laten gelden, sporen zetten, iets nalaten, niet voor niks geleefd hebben; dingen die we moeten & waarom dat moeten, waarom die druk, waarom dat nadrukkelijk aanwezig moeten zijn?, en dat je er tegenover kunt stellen: eenvoud, stilte, ingetogenheid en  ja, vooruit mamma: luiheid. Ook daarover gaat De vrouw in de kelder. Zeker. Maar niet alleen daarover.

Veronika zit daar maar in haar kelder. Ze denkt, de mijmert, ze peinst. Ideeën, theorieën, herinneringen, sensaties, het is een mooi verblijf voor de lezer, daar in Veronika’s hoofd.

Niet altijd.

Ongemak groeit.

Koopman laat de lezer graag in het ongewisse. Er zijn anderen. Veronika heeft ze moeten achterlaten en haar “verdwijnen” verklaard met een verhaal over een wandeltocht in Schotland. (dacht ik weer aan Vonkie). Er is iets met een niet goed functionerende rechterhand. Er is een Andreas, iemand die niet zo maar één van de “anderen”; de achtergeblevenen lijkt te zijn. Otto, Veronika’s vader, daar is ook iets mee. De lezer zit. De lezer leest. De lezer raadt. Wat draagt Veronika met haar mee? Het verblijf in de kelder is klaarblijkelijk niet zomaar een hang naar rust en afzondering; het lijkt erop dat ze daar ook wonden wil laten helen. De lezer zit. De lezer leest. De lezer raadt.

Dan.

Tussen Veronika’s kelder en de badkamer die zij gebruikt, bevindt zich een ruimte die “de bunker” genoemd wordt, een sinister soort opslagruimte die doordat ze er een teddybeertje vindt, bij Veronika Dutroux-achtige associaties oproept. Al gauw hoort ze merkwaardige geluiden uit deze “bunker” opklinken. Kloppen. Tikken. Stommelen. Als ze gaat kijken, meent Veronika steeds een schaduw te zien wegschieten. In het boek valt dan de term poltergeist.

Wacht. Zit ik hier nu horror te lezen? Een thriller? Of, god nee het zal toch niet, het allerergste van alles, fantasy misschien, het vreselijkste zjanrûh denkbaar.

En het begon zo poëties. De eerste regels. “Wat kan ik zeggen? Diep donker hol. Veilig ietwat tochtig donker hol. Holletje. Vloer van beton, geur van grond, laag plafond, twee liggende raampjes die een fractie van het daglicht naar binnen laten. Daarachter kan ik, als ik me opricht en mijn nek strek, wat stoeptegels zien, en de mossen daartussen. Mijn handen steunen op glanzend, vrijwel onbeschadigd hout dat zweemt naar rood. Mijn sokkenvoeten wrijven over de blauw-bruine patronen van een stug maar versleten Perzisch tapijt.”; die beginregels die ik zo mooi, zo godsonmogelijk prachtig had gevonden, het ritme, de melodie ervan, regels die erom vroegen hardop te klinken, waaraan ik gehoor gaf, aan die vraag, en dus, klinken liet, luidop, in vroegte, de koffie was nog geeneens klaar, en daar klonk de poëzie van Koopmans proza, dwars door Endless vision van Hossein Alizadeh & Djivan Gasparyan heen klonk het, en het klinken en de woorden hadden me zo helemaal totaal finaal Koopmans boek in getrokken, owja, dit wil ik lezen ja, dit moet ik lezen, en niet veel later vrees ik dan ineens met een of andere esotheriese zever op handen te zitten.

De vrouw in de kelder lezen was me een schizofrene ervaring. Het is delen poëzie, delen filosofie, delen maatschappijkritiek, delen metafysica. En ik wist niet. Nee. Soms wist ik niet.

Daar is Otto. De vader. Waarom verschijnen er de laatste tijd zoveel boeken over dysfunctionele vaders? Tsja. Die Otto. Veronika voelt een grote weerzin tegen hem; reden misschien dat ze hem vrij konsekwent “Otto” noemt, en niet “mijn vader” of “pappa” of “pa”(maar dat laatste is vreselijk, ik hoop dat mijn kinderen mij nooit “pa” gaan noemen, als ze te oud worden voor het misschien lichtelijk kinderachtige “pappa” of “pap”, dan noemen ze me maar liever bij mijn naam, inderdaad, maar nooit dat lompe, dat boertige, dat afgrijselijke “pa”) (langs de andere kant noemt ze haar moeder, over wie ze veel positiever gestemd is, ook bijna aldoor Elsbeth dus pappa Otto noemen is niet per se om een zekere distantie te creëren).

Na veel, heel erg veel, een beetje teveel, allusies, krijgt de lezer dan toch, beetje bij beetje, maar alles bij elkaar wel uitvoerig, een beetje te uitvoerig misschien, het verhaal van de jeugd, en van de storende rol die Otto daarin speelde.

Wie was Otto?

Hij deed mij een soms denken aan de vader uit De buitengewoon geslaagde opvoeding van Frida Wolf van Maria Kager.

(en waarom doet De vrouw in de kelder me toch aan zoveel andere boeken denken, ja dat is ten dele beroepsdeformatie, als ik het even een beroep noemen mag, maar nu nam het toch wel een beetje abnormale vormen aan, en wat ervan te denken, ik zou denken dat het goed is als een boek, welk boek dan ook, mijn brein razen doet, als de gedachten uitwajeren, als de assosjasies over elkaar heen buitelen, maar toch begon ik te twijfelen, soms kan iets ook op van alles lijken vanwege een gebrek aan eigen gezicht) (dat Koopman me vooral aan goede boeken liet denken is dan weer het goede ding) (hoewel, goede boeken?, Vonkie…? hmm)

Otto was een vader. Lichtelijk egocentrisch misschien, wat lompig, een beetje viezig, een driftkikker, liet Veronika een glas vallen, stond hij te schreeuwen, misschien niet de meest liefdevolle vader, misschien iemand met weinig begrip voor de dingen die opgroeiende kinderen doen; Veronika denkt terug aan een jeugd die niet perse gevuld was met liefde en licht en jolijt maar het was evenmin een afgrijselijke jeugd, en mijn lezen werd gespletener nog. Is er een overtreffende trap van schizoïde, of een vergrotende zelfs maar?

Ik versta dat, onduidelijke of niet geheel gegronde wrok koesteren ten opzichte van (één van) je ouders. Luister. Ik ben geen antinaturalist maar er zijn mensen die dit ding dat leven heet een geschenk noemen. Ja. Schoon geschenk zeg. Niemand vraagt erom geboren te worden (“Als we een idee hadden van het gezin waarin we geboren worden, zouden we dan geboren worden?”, vraagt Alma Delia Murillo zich af in weer een ander boek) (welk boek?, ja natuurlijk Het hoofd van mijn vader) (Het hoofd van Vitus Bering), je wordt zomaar dit bestaan in gesleurd en toch krijg je meteen allerlei plichten over je heen gestrooid. Wettelijke plichten, sociale plichten, ethische plichten. Je moet naar school je moet een baan je moet gelukkig zijn je moet interessante dingen meemaken je moet heel veel vrienden hebben je moet aardig zijn je moet dingen over hebben voor je medemens je moet je vaccinatiebewijs je paspoort je goede zin je diploma’s je beste beentje voor je totale inzet moeite doen doorzettingsvermogen hebben & je carrièreplan klaar. Ja. Zeer schoon geschenk, dat. Je geeft mensen in feite een rekening. Maar zelfs als je dat ding dat leven heet wél een prachtig geschenk vindt, dan nog is het een geschenk dat je uiteindelijk weer afgenomen zal worden. Gemiddeld na zo’n tachtig tot drieëntachtig jaar, afhankelijk van je geslacht (of mag ik dat laatste niet zeggen, is dat heel erg onwoke om nog over geslachten te praten in deze tijd in dit jaar in dat rare konstrukt dat men “nu” heet), en als je geluk hebt, als je echt heel erg veel geluk hebt, wordt het “geschenk” je ineens ontnomen, met een ruk, terwijl je nog druk doende was te genieten en te dansen en te zingen en lief te hebben en te lachen en te drinken en te vrijen, maar, waarschijnlijker zal het veel gruwelijker gaan en wordt het geschenk in hele kleine beetjes weggehaald zodat je steeds iets minder mens wordt, alleen nog maar ziekte bent tot je, als onherkenbaar hoopje, eindelijk eindelijk eindelijk “mag” bezwijken. Dat geschenk hebben je ouders je aangedaan en dat je alleen daarom al wat wrokkig bent, versta ik. Dat versta ik zo goed.

Dan hebben ze je nog opgevoed ook. Opvoeding waarin waarschijnlijk een hele hoop mis ging, want je ouders zijn niet een God en een Godin, het zijn mensen, met zwaktes, tekortkomingen en rare neigingen. Ze waren er op essentiële momenten misschien niet, ze waren er wel toen je ze liever niet bij je in de buurt had, ze steunden je onvoldoende, ze duwden je richtingen op die je nooit op wilde gaan, ze lieten je dwalen tot je zo ver verdwaald was dat je nooit meer terug kon komen naar waar je ooit uit had willen komen, ze zeiden dingen die kwetsender waren dan ze bedoelden, ze werden kwaad om niks niemendal, je kreeg straf om iets wat je niet gedaan had maar ze wilden niet luisteren naar wat je te zeggen had, ze hadden het te druk met hun eigen levens waardoor jij slecht toekwam aan jouw behoeftes, ze gaven je af en toe het gevoel dat je een last was –

& ook mijn jeugd vol van zulke dingen, en andere nog, en al is er, zoals Veronika ook ergens benoemt, misschien helemaal geen goede reden om boos te zijn over de rol die paatje en moesje speelden toen gij een kinderken waart, ze sloegen niet ze misbruikten niet ze verwaarloosden niet, ze kleedden je, ze voedden je, ze wasten je, toch heb je en hou je die boosheid, ergens diep binnenin, ook al om dat de boosheid een goed excuus is om je ouders tot zondebok te maken voor alles wat je niet gelukt is en je misschien ook nooit meer zal lukken, later, althans dat ging bij mij zo, wordt die boosheid iets om te koesteren omdat het diepte geeft aan alles waarmee je je persoonlijkheid denkt te moeten inkleuren, en, nog weer later, is die boosheid eenvoudigweg een gewoonte geworden, iets dat er altijd is, iets waarvan je niet eens meer zou weten hoe je eraf zou kunnen geraken.

En dan ben je vijftig, en dan zijn allebei je ouders allang dood, en dan mis je ze meer dan ooit, niet alle dagen misschien maar wel toch wreed vaak, zoveel muziek nog die je met je vader zou willen delen, zoveel gesprekken nog, onzinnige en diepgaandere, die je met je moeder zou willen voeren, hoe vaak je het nog tegenkomt dat je ze zou willen bellen om iets te zeggen of te vragen of te praten gewoon maar, en dan wou je dat je toen je jonger was wat minder tijd vermorst had met die toch tamelijk ongerede boosheid.

Dat is het ene schizoïde lezen.

Maar niet alleen maar iemands zoon was ik, ook vader geworden nu, van twee mensen die ik gewoon dit bestaan heb in gesleurd, het gruwelijk schoon “geschenk” heb aangedaan, hopende, dat ze me hun geschenk nooit zullen verwijten. Of. Dat ik mens ben, en soms chagrijnig ben, slecht geslapen heb, in diep gepeins verzonken over een boek of over iets dat ik schrijven wil, net een graadje te moe uit mijn werk kom, iets vervelends heb meegemaakt, zodat ik minder kan hebben dan andere dagen, sneller boos wordt, ook ik schoot wellerus uit mijn slof, ook ik werd wellerus driftig, ook ik werd wellerus boos om dingen die ik op andere dagen als kleinigheid zou hebben afgedaan, wat gaan ze meedragen, hoe zullen ze mij herinneren, wie was het weer die schreef, was het Draaisma misschien, dat de vroegste herinnering bijna altijd een nare herinnering is omdat het brein pas goed in werking komt bij potentieel “gevaar”, onrust, dreiging, zolang alles zijn vreedzame, gelukzalige, kabbelende gangetje gaat heeft het brein geen enkele reden om alert te zijn, maar bij onregelmatigheden gaat het, mun god, bulderen, en omdat het brein toen zo overaktief werd, is de kans groter dat juist die gebeurtenissen worden opgeslagen en vastgehouden; misschien kijken mijn kinderen als volwassenen terug op een jeugd met een vader die “voortdurend” stond te stampvoeten terwijl alle liefde alle lol al het lachen alle zachtheid al het samen spelen, koken, fietsen, rennen, lezen, praten, knuffelen vergeten zal zijn want welke reden heeft hun brein eigenlijk om dat allemaal op te slaan?, neemt alleen maar ruimte in beslag en je leert er niet van hoe te overleven bij gevaar.

Dat is het andere schizoïde lezen.

Het kan onmogelijk Koopmans bedoeling zijn geweest maar mijn sympathie gaat best een beetje uit naar Otto. Ik vind dat Veronika hem wat te hard valt. Bijvoorbeeld als ze op haar vijftiende een band begint die ze Báthori noemt. Naar gravin Elisabeth Báthory. Over wie de legende gaat dat ze een seriemoordenaar was, dat ze baadde in het bloed van haar slachtoffers, naar het schijnt is ze zelfs opgenomen in het Guiness Book of Records als moordenares met de meeste doden op haar naam, de bloedgravin, Gravin Dracula, het zijn alle verhalen en als verhalen twijfelachtig maar dat maakt niet uit voor de manier waarop ze tot de verbeelding spreekt: Venom nam op hun bekendste plaat, Black metal, een liedje op dat Countess Bathory heette (god wat heb ik dat vaak uit de grond van mijn hart meegebruld toen ik een jaar of veertien, vijftien was); het geniale Sunn O))) kwam zo’n twee decennia later met het prachtige, zestien minuten durende Báthory Erzsébet (op de plaat Black one; ga hem luisteren, mensen, die plaat) (Oren Ambarchi is speciale gast, kan ik een betere aanbeveling geven?); en Quorthon (ook hij nu dood) noemde ook zijn band Bathory – en daarnaast zijn er natuurlijk ook nog talloze films over de gravin gemaakt.

Otto, die in die jaren, niet geheel naar wens van Veronika, als chauffeur fungeert voor haar band, vraagt na een optreden eens naar het waarom van deze bandnaam. Waarom zou je je band noemen naar iemand die zulke dingen op haar geweten heeft? Veronika schaamt zich voor haar vader, wat begrijpelijk is, het is natuurlijk ook een beetje een zeikopmerking, tiepies zoiets waar bekrompen & kleingeestige oude mannen mee zouden komen (één van de bandleden probeert de diskussie nog aan te gaan door in het midden te brengen dat het helemaal niet zeker is dat gravin Bathory alles gedaan heeft waarvan ze beschuldigd werd), er is een hang, in schilderkunst, in literatuur, in film, in muziek, naar het duistere, naar moord, naar dood, naar ellende; als je daar geen gevoel voor hebt, en het louter rationeel benadert, heeft dat iets barbaars, maar dan kun je misschien wel alle kunst die ooit gemaakt is wel weggojen (oké dat laatste is misschien een weinig overdreven). Een beetje lacherig vraagt Veronika zich af of de leden van Napalm Death, Marilyn Manson of Joy Division met hun familieleden ook diskussies hebben moeten voeren over het onethische van hun bandnaam (een lijst die Koopman nog wel drie pagina’s door had kunnen laten gaan). Ja echt weer zo’n vader die er niks van begrijpt. Goed, maar als Elsbeth, over wie Veronika als gezegd veel positiever is (zonder dat daar in mijn ogen nou echt een goede reden voor is), wanneer Veronika naar de kunstacademie wil, met de net zo bekrompen, net zo kleingeestige, net zo ouwelijke opmerking komt dat er met tekenen “geen droog brood te verdienen valt”, “voorspelbaar maar niet onterecht” heet dat dan in De vrouw in de kelder, neemt Veronika die kritiek ter harte en gaat ze samen met Elsbeth op zoek naar een compromis. De gedachtegang over alle bekende maar in eerste instantie misschien sappelende tekenaars die om zo’n truttige opmerking alleen maar zouden lachen, blijft Elsbeth bespaard.

En ik, vader, zoon, dacht even dat Otto moedwillig op achterstand gehouden moest worden, en dat Elsbeth al sowieso geen kwaad kon doen, en weeral schoof mijn sympathie een beetje meer zijn kant op.

Reflekterend op het lezen vroeg ik me af of Koopman nu wel of niet op deze reactie uit was. Hoe ook, als Veronika op het eind met meer liefde, meer warmte, meer compassie aan Otto denkt, sorteert het maximaal effect. Zonder het voorgaande was ik door die laatste pagina’s lang niet zo ontroerd geweest.

Een ander ding. Informatiespreiding. Het is de meest probate (ha! daar had ik bijna gezegd: afgezaagde) truuk om de aandacht van de lezer vast te houden, waarschijnlijk zoiets waaraan een hele module gewijd wordt op schrijversvakscholen. Laat de lezers steeds weten dat zij alles nog niet weten. Wijs vooruit, maak allusies, geef speldenprikjes, strooi kruimels, wek vermoedens. Normaal hou ik er wel van als een schrijver me kortere of langere tijd (liefst wat langer) in het duister laat tasten, maar Koopman kent weinig maat. We krijgen uitvoerig, zeer uitvoerig, het verslag van Veronika’s ziekte, de nasleep ervan, het gedoe -in de vorm van een heus schandaal- op de school waar ze docent beeldende vorming is, de problemen die rijzen tussen Veronika en haar vriend Andreas, en alles, steeds, in horten en stoten, naar voren grijpend, en dan weer terug, ergens vermoeide deze manier van vertellen me, het wekte, allengs, een heel klein beetje ergernis, maar langs de andere kant werkte het wel (weer, ook): ik bleef, gejaagd, dorstig, gretig doorlezen.

Dat is het volgende schizoïde lezen.

Wat zeggen wil.

De vrouw in de kelder is een éénademuitboek, het snijdt de nodige belangwekkende thema’s aan (ziekte, dood, ouderliefde, misogynie, autonomie), het is bij momenten zeer poëties, soms duister op prachtige wijze. Het kan ook zeuren, drammen, ongemakkelijk doen voelen, en, een heel klein beetje vermoeien. Er komen zo ontzettend veel moje boeken uit en een mens kan ze onmogelijk allemaal lezen. De vrouw in de kelder is niet het beste of het opmerkelijkste boek dat ik in de voorbije maanden -of zelfs weken- heb gelezen, er zijn andere boeken die mooier, verpletterender, aangrijpender zijn. Maar mocht u zich de komende maanden terugtrekken in uw kelder (of uw badkamer) en genoeg tijd hebben voor grote stapels leesvoer, dan is er geen enkele reden om De vrouw in de kelder niet mee te nemen.

Emy Koopman De vrouw in de kelder

De vrouw in de kelder

  • Schrijfster: Emy Koopman (Nederland)
  • Illustraties: Moniek van de Pas
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Verschijnt: 25 februari 2025
  • Omvang: 272 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe roman van Emy Koopman

Een tekenlerares die niet meer kan tekenen, trekt zich terug in een kelder. Om zich te verschuilen in het donker. Om de dingen helder te krijgen. Waarom heeft ze zo bruusk gebroken met haar oude leven? Ze praat tegen een stenen ei, en tegen de lege pagina. Maar werkelijke afzondering blijkt onmogelijk. Om een opdringerige schim het zwijgen op te leggen, moet ze zich verhouden tot haar weerzin tegenover haar vader en het ouderschap. In deze fonkelende nieuwe roman ontvouwt Emy Koopman een stoutmoedige en eigenzinnige blik op verlies en zelfbeschikking.

Emy Koopman is geboren op 1 januari 1985 in Groningen. Ze is schrijver en journalist. In 2016 debuteerde ze met de roman Orewoet, gevolgd door Het boek van alle angstenTekenen van het universum en Kindertrein uit Boedapest (∗∗∗∗, uitstekend). Haar boeken werden genomineerd voor o.a. de Bronzen Uil, de Fintro Literatuurprijs, de Boon Literatuurprijs en de BNG Literatuurprijs. In 2020 presenteerde ze de tv-serie Paradijs Canada.

Bijpassende boeken en informatie

Seán Hewitt – Hemel, open u

Seán Hewitt Hemel, open u recensie en informatie van de debuutroman van de Ierse schrijver. Op 24 april 2025 verschijnt bij Jonathan Cape de Nederlandse vertaling van Open, Heaven de eerste roman van de in Engeland geboren Ierse schrijver Seán Hewitt. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijver en over de uitgave. Er is nog geen Nederlandse vertaling van de roman verkrijgbaar

Seán Hewitt Hemel, open u recensie en informatie

  • Hewitt schrijft met zoveel tederheid en gratie; in Open vormen de hemel, schoonheid, verlangen en de natuurlijke wereld één akkoord dat het hart van de lezer raakt met de onmogelijkheid van liefde. De verhoogde, poëtische staat van de adolescentie wordt hier perfect weergegeven (Anne Enright)
  • Fantastisch… Verankerd door een gegrond gevoel van plaats en het universele thema van het verlangen van adolescenten, raakt het verhaal van Hewitt een resonerende snaar. Het is verbazingwekkend.” (Publishers Weekly)

Seán Hewitt Hemel, open u

Hemel, open u

  • Auteur: Seán Hewitt (Ierland)
  • Soort boek: Ierse roman
  • Origineel: Open, Heaven (april 2025
  • Nederlandse vertaling: Erwin Mortier
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 24 april 2025
  • Omvang: 240 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de eerste roman van Seán Hewitt

James, zestien jaar oud, beschermd opgevoed, beleeft zijn pas ontdekte homoseksualiteit in eenzaamheid en angst. Terwijl hij zichzelf en zijn verlangens begint te begrijpen, weet hij ook dat zijn gevoelens hem zullen vervreemden van zijn familie en de dorpse omgeving waarin hij is opgegroeid. Hij droomt van een leven waar autonomie heerst, naar tederheid en seks.

Dan ontmoet hij Luke, een jongen, verlaten door zijn ouders, die in het dorp komt wonen. Aan Luke kleeft gevaar. Hij is mooi, charismatisch, onberekenbaar. Maar onder zijn bravoure gaat een diepe wond schuilt: een verlangen naar zijn vader, naar de geborgenheid van een gezin.

Seán Hewitt is in 1990 geboren in Warrington, Engeland. Hij is een Ierse dichter, schrijver en literair criticus van The Irish Times. Bovendien is hij docent moderne Britse en Ierse literatuur aan Trinity College Dublin. Hij publiceerde J. M Synge: Nature, Politics, Modernism en de dichtbundel Tongues of Fire, waarvoor hij vele literaire prijzen en nominaties kreeg. Hij schreef ook het memoir In donker wijds alom, waarvoor hij eveneens werd bekroond. Zijn eerste roman, Hemel, open u verschijnt in april 2025.

Bijpassende boeken en informatie

Rick Zaal – Het land van Hrabal

Rick Zaal Het land van Hrabal recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Nederlandse roman. Op 19 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers de nieuwe roman van de uit Nederland afkomstige schrijver Rick Zaal. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijver en over de uitgave.

Rick Zaal Het land van Hrabal recensie en informatie

  • “Dit boek heb ik met plezieren bewondering gelezen. […] Het land van Hrabal is een geslaagd voorbeeld van een in Nederland weinig beoefend subgenre van de literatuur: de vol bewondering vertellende essayistiek, die vreemd genoeg toch een heuse roman wordt.” (Chrétien Breukers)

Het land van Hrabal recensie van Tim Donkers

Maar in eerste instantie dacht ik toch aan Zaal Over De Vloer. Dat was een programma. Ooit. Ik herinner me eigenlijk niet waar het over ging, niet eens of ik het ooit gezien heb. Maar wel dat het een programma was, op televisie, en dat maakt Rik Zaal een televisiemaker en dus, in mijn ogen, wat suspect. Kan dat? Mag dat nog? In deze tijd? Of is dat snobisties of ouwerwets of treurig of onzinnig of dom of een achterhoedegevecht tegen een medium dat steeds meer aan belang inboet? Hoe ook. Iets in mij komt in verzet bij mensen die graag met hun harses op de buis verschijnen (buis, ook alweer zoon archaïsme). Iets in mij zou dus niet zo snel een boek van Rik Zaal oppakken. Maar iets buiten mij reikte me Het land van Hrabal aan. En wat ik aangereikt krijg, dat lees ik. Hier ook al omdat ik, zo dacht ik, Bohumil Hrabal wel een goede schrijver vind.

Of.

Naja.

Is dat zo? Ik zoek, heb ik werk van Bohumi Hrabal in mijn boekenkast, ik vind niet, komaan, op zijn minst moet er iets van hem, een novelle of een verhaal of toch één of ander geschrift, zijn verschenen in de Moldaviet-reeks van Voetnoot, ik zoek, ik vind niet, al die reeksen van Voetnoot liggen doorheen het hele huis verspreid, mijn huis is te klein voor al die boeken, ik sleep ze naar overal, precies ook van die kleine boekjes die je overal lezen kunt en die ik dus op de meest bizarre plekken achterlaat, er zit wel een soort logica in geloof ik, een algelezenstapel en een nogtelezenstapel maar die logica wordt nog wel eens geweld aan gedaan, ik ga er voorlopig van uit dat ik Hrabal gelezen en gewaardeerd heb maar na mijn aanvankelijke enthousiasme om de titel heeft de twijfel toch weer toegeslagen.

Een televisiemaker en een schrijver die ik bij nader inzien misschien toch niet gelezen heb, is dat wel zoon ideale kombinasie, maarja, het is op de stapel geraakt en één ijzeren gebod heb ik mezelf ten aanzien van die stapel gesteld: elk boek dat op bespreektafel terecht komt, geef ik een kans, soms een hele kleine, maar een paar pagina’s toch zeker, of naja, eentje in ieder geval.

Meer heeft Zaal ook niet nodig. Briljant vanaf de eerste regels. En omdat ik zelfs nu ik deze woorden tik op mijn laptop altijd nog twijfel of ik Hrabal überhaupt wel ooit gelezen heb, vond ik het nogal grappig dat het op de eerste bladzijde al meteen ging over falende geheugens, een onderwerp dat in Het land van Hrabal geregeld terugkeert, veelal in dezelfde bewoordingen, met dezelfde zinnen, en ik hou van herhaling, ik hou van literatuur met ritme, ik hou van boeken die zingen en steeds weer tot eenzelfde refrein terugkeren.

Een schrijver met een falend geheugen dus, schrijft over Bohumil Hrabal, en over Praag, en al wie hij daar gekend heeft, over communisme, over totalitarisme, over echte en onechte landen. Die schrijver zou Rik Zaal kunnen zijn, ware het niet dat de ik zichzelf op zeker moment onthuld als Hendrik Terpstra. Die ooit een kinderboek schreef, Maan zonder bomen geheten. Maar debuteerde met een roman voor volwassenen. Ontbijt om half tien, zo heette dat debuut. Een duidelijke knipoog naar Biljarten om half tien  (Böll wordt, weliswaar vrij terloops en in een totaal ander verband, notabene nog genoemd in Het land van Hrabal), al was bij mij Ontbijt in het vilbeluik een sterkere associatie. Maar dat kan Zaal niet op het oog hebben gehad (zou Rik Zaal wel eens wat van Jean-Marie Berckmans gelezen hebben?).

Geen autobiografies geschrift dus? Een niet-bestaande schrijver? Maar The Plastic People of the Universe bestaat wel. En Ivan Martin Jirous bestaat (en het Agon Orchestra bestaat) (en DG 307 bestaat). En Praag bestaat. En Arnon Grunberg bestaat. En schrijversvakscholen bestaan. En Jarosalev Hašek bestaat. En Václav Havel bestaat (waarom moet ik als ik aan Václav Havel denk, altijd meteen aan Annette denken?) (Annette, hoe zou het daarmee gaan?) (zelfs pas in twede instansie denk ik bij Havel aan Zappa).

Er is zoveel dat bestaat waaraan een niet-bestaande man kan denken. Denkt, hier. In dit boek.

Noem Het land van Hrabal een roman, autofictie, een novelle, een ode, een mijmering. En je kunt het zelfs even voor science fiction houden, als “Hendrik Terpstra” het op enig moment heeft over “de jaren zeventig van de eenentwintigste eeuw” maar ik hou het er liever op dat dat een verschrijving is, een verspreking, een verdenking liever, wie was het weer die zei als je je verspreken kan kun je je ook verdenken, ik peins dat dat Stephen Jay Gould was maar het kan ook Freeman Dyson geweest zijn, naja een struikeling van de geest, een geest die in Het land van Hrabal rent en rent en rent, het vertrekpunt is dan misschien wel Hrabal, maar Zaal ofnee p’don ik bedoel natuurlijk Terpstra staat zich menig een terzijde toe, en terzijdes binnen terzijdes, feitelijk is het boek één lange terzijde, een terzijde dat stroomt, gulpt, komt, blijft komen, als iemand die vijf kwartier in een uur moet vol kletsen, ja geklets mag je zeggen, zever misschien, maar: briljante zever (als Luc de Vos, ook hij nu dood, ooit zei over het werk van JMH Berckmans, ook hij nu dood) (en gesproken van briljant, aan Briljante man moest ik soms ook denken) (kwam dat door de snelheid van gedachten of alleen maar door dat tankverhaal) (hoe geniaal is dat tankverhaal, dat moet je lezen, alleen al om dat tankverhaal zou je Het land van Hrabal moeten lezen) (toen ik Briljante man las dacht ik niet aan Het land van Hrabal maar aan Lobola voor het leven) (maar toen ik Lobola voor het leven las dacht ik aan Aannex) (maar toen ik Aannex las dacht ik aan Door het oog van de cycloon).

Wat Het land van Hrabal zo sterk maakt, wat het meer maakt dan zomaar wat gemijmer over een favoriete schrijver, is de manier waarop Zaal/Terpstra het particuliere aan het algemene paart. Zo komt hij tot een theorie over wat hij echte en onechte landen noemt. Echte landen zijn landen waar een of ander totalitair regime heerst; keuzevrijheid is beperkt, zodat alles wat mensen doen of niet doen een zekere lading krijgt en vrijwel elke gebeurtenis een “echte” gebeurtenis heten mag. Onechte landen zijn “vrij”; in een onecht land maak je misschien je hele leven niks mee. Het geheugenverlies van Terpstra wordt gelegd naast een min of meer “gedwongen” geheugenverlies dat mensen in echte landen af en toe zullen moeten voorwenden, om hun geweten te sussen. Waar je onder continue druk staat, is geweten een luxe die op bepaalde momenten buiten bereik kan blijven. Vergeet dat geweten soms maar. Voor je eigen veiligheid, voor een heel klein beetje gemak, of, zoals in Hrabals geval, om te kunnen blijven schrijven. Dat geheugen van Terpstra geeft eerst misschien nog te lachen, pagina’s later komt het geheugen in een ander, veel indringender licht te staan – hoe recht zou u uw rug kunnen houden als u in een  politiestaat woonde, hoe graag zou u nog terug denken aan de “foute” dingen die u in uw politiestaat deed als uw land, later, weer meer “vrijheid” toe liet, misschien zoiets als een “democratie” werd?

Niets aan Hrabal blijft bij Hrabal, ook diens levenseinde krijgt een breder perspectief. Over defenestratie gaat het dan, en zelfdefenestratie, over Kafka, of, allengs, over iedereen die van de vijfde gesprongen is, “iemand die ik niet ken [die] in Parijs van de vijfde verdieping gesprongen is”, bijvoorbeeld, en dan staan mijn gedachten inmiddels ook niet langer stil, zo werkt dit lezen, Zaal laat het brein van zijn lezers onophoudelijk overkoken, en raas ik naar Parijs, raas ik naar Deleuze, zie ik mij voor een paar minuten bezig om op te zoeken van welke verdieping Gilles Deleuze gesprongen is, een nogal bizarre zoekvraag, maar bizarrer nog vond ik dat de eerste “hit” die ik op die zoekvraag kreeg, een artikel was over diverse soorten sprongen in de balletkunst. Waardoor ik ging denken aan ballet en aan Spiegel im spiegel, aan Dregke, aan t schrijverken, aan personages die een eigen leven willen leiden, aan overlappende werkelijkheden, of het alles als alsof, aan Hans Vaihinger, en toen vroeg ik me af of iemand al ooit iets had geschreven over de vraag of filosofen bovengemiddeld vaak een snor hebben.

Nee, Het land van Hrabal is geen meesterwerk. Het is een ritje in een hogesnelheidslijn, vermakelijke ernst, bloedserieuze flauwekul, het brengt aan het lachen, het zet aan het denken, het is een bijzonder prettige manier om je namiddag mee stuk te slaan. Het is geen boek dat je per se niet mag missen, maar als je het gelezen hebt ben je wel heel erg blij dat je het niet gemist hebt.

Rick Zaal Het land van Hrabal

Het land van Hrabal

  • Auteur: Rick Zaal (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 19 februari 2025
  • Omvang: 144 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe roman van Rick Zaal

Rik Zaal verrast met een absurdistische Boheemse rapsodie in een
stijl die eer betoont aan de beroemde Tsjechische schrijver Bohumil
Hrabal. Praag voor en na de Fluwelen Revolutie. Is het mogelijk om
niet te collaboreren in een politiestaat?

Een Nederlandse schrijver met geheugenverlies probeert zich zijn ontmoeting met Bohumil Hrabal te herinneren, de Tsjechische
schrijver die hij bewondert en van wie hij graag literaire tips wil krijgen. Hij sprokkelt dagboeken, krantenknipsels en oude agenda’s bijeen en raakt verdwaald in verhalen vol absurde belevenissen en hevige dilemma’s van zijn Tsjechische vrienden in de destijds door de Russen gecontroleerde wereld achter het IJzeren Gordijn. Het brengt hem op zijn Theorie van Echte (Tsjechië) en Onechte (Nederland) Landen. In Echte Landen is het geweten een luxeproduct. De vraag is of dat ook geldt voor het geheugen.

Een meanderend verhaal over geheugen en geweten, aan de hand van talrijke reizen en vriendschappen in Oost- en Midden-Europa tussen 1980 en 2020.

Rik Zaal is geboren op 1945 in Groningen. Hij is onder meer programmamaker, journalist en schrijver. Hij publiceerde reisboeken
(bij De Arbeiderspers: Spanje, Heel Nederland en Het binnenland van Spanje) en literair werk zoals de essaybundel Zeventig en de roman Verlorenzoon.com.

Bijpassende boeken en informatie

Mieke van Haelst – Wat vertelt ons DNA?

Mieke van Haelst Wat vertelt ons DNA recensie en informatie boek over hoe we ziekten kunnen voorspellen, voorkomen en behandelen. Op 19 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers het boek van klinisch geneticus Mieke van Haelst over de rol van ons DNA bij ziekte. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Mieke van Haelst Wat vertelt ons DNA recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Wat vertelt ons DNA? het boek van Mieke van Haelst, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Mieke van Haelst Wat vertelt ons DNA

Wat vertelt ons DNA?

Hoe we ziekten kunnen voorspellen, voorkomen en behandelen

  • Auteur: Mieke van Haelst (Nederland)
  • Soort boek: gezondheidsboek, non-fictie
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 19 februari 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Boekhandel / Bol

Flaptekst van het boek over DNA bij ziekte van Mieke van Haelst

Genetica speelt een belangrijke rol in ons leven: DNA-onderzoek toont onder meer aanleg voor hart- en vaatziekten, kanker, obesitas en dementie. Dankzij genetische testen kunnen we toekomstige ziekten voorspellen en maatregelen nemen om gezond te blijven.

Mieke van Haelst vertelt hoe deze grensverleggende ontwikkelingen in de genetica ons denken over gezondheid en erfelijkheid veranderen. Zo bevat ons DNA ook informatie over onze voorouders en toekomstige generaties, het is dus belangrijk om stil te staan bij de consequenties van een test: wat willen we weten en hoever gaan we?

Mieke van Haelst is geboren in 1970. Ze is hoogleraar klinische genetica aan de Universiteit van Amsterdam. Naast patiëntenzorg en onderwijs in Amsterdam-UMC en in Caribisch Nederland werkt ze aan persoonlijke behandeling voor erfelijke ziekten.

Bijpassende boeken en informatie

Tim Berbers – Wilhelmus Mijn grootvader bij de Waffen-ss

Tim Berbers Wilhelmus Mijn grootvader bij de Waffen-ss recensie en informatie over de inhoud van het boek. Op 11 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers het boek van Tim Berbers over zijn opa die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aansloot bij Hitlers Waffen-ss. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Tim Berbers Wilhelmus Mijn grootvader bij de Waffen-ss recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Wilhelmus, Mijn grootvader bij de Waffen-ss, het boek van Tim Berbers, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Tim Berbers Wilhelmus Mijn grootvader bij de Waffen-ss

Wilhelmus

Mijn grootvader bij de Waffen-ss

  • Auteur: Tim Berbers (Nederland)
  • Soort boek: geschiedenisboek
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 11 februari 2025
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van het boek van Tim Berbers over zijn grootvader bij de Waffen-ss

Wat als je hoort dat je opa fout was, maar niemand precies weet wat hij heeft gedaan? Tim Berbers’ opa zou voor de Duitsers hebben gevochten, hij kende Russische woorden en raakte de laatste jaren van zijn leven steeds meer in zichzelf gekeerd. Bij oorlogsfilms zette hij de tv uit.

In Wilhelmus gaat Tim op zoek naar de waarheid achter de geruchten. Hij raadpleegde archieven, boeken, films en de laatst levende getuigen. Bij die zoektocht ontvouwt zich langzaam maar zeker het verhaal van zijn grootvader. En daarmee het verhaal van tienduizenden ‘gewone’ Nederlandse jongens die zich aansloten bij Hitlers Waffen-ss.

Tim Berbers is geboren in 1988. Hij groeide op in Amsterdam. In het dagelijks leven werkt hij als journalist. Hij publiceerde in het verleden onder andere in Het Parool en NRC. Sinds enkele jaren werkt hij als vaste onderzoeksjournalist bij zakenblad Quote.

Bijpassende boeken en informatie

Joan Didion – Notities aan John

Joan Didion Notities aan John recensie en informatie over de inhoud van het dagboek van de Amerikaanse schrijfster. Op 21 augustus 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers de Nederlandse vertaling van Notes to John het postuum uitgegeven dagboek van de in 2021 overleden schrijfster uit de Verenigde Staten.

Joan Didion Notities aan John recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Notities aan John, het dagboek van Joan Didion, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Joan Didion Notities aan John

Notities aan John

  • Auteur: Joan Didion (Verenigde Staten)
  • Soort boek: dagboek
  • Origineel: Notes to John (22 april 2025)
  • Nederlandse vertaling: Koos Mebius
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 21 augustus 2025
  • Omvang: 256 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Joan Didion Notities aan John recensie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Notities aan John, het dagboek van Joan Didion, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Flaptekst van het dagboek van Joan Didion

Notities voor John werd na Didions dood ontdekt in een draagbare archiefkast naast haar bureau en is een dagboek waarin ze sessies met een psychiater beschrijft. De verslagen zijn gericht aan haar man, John Gregory Dunne.

Het dagboek begint in december 1999, kort nadat Didion de psychiater begon te bezoeken. Zoals ze aan een vriend schreef, had haar familie ‘een paar moeilijke jaren’ achter de rug. Gedurende een aantal maanden legde ze de sessies met de psychiater nauwgezet vast. De eerste sessies gingen over alcoholisme, adoptie, depressie, angst, schuldgevoel en de hartverscheurende complexiteit van haar relatie met haar dochter, Quintana. De onderwerpen begonnen over te slaan op haar werk, dat ze moeilijk kon volhouden gedurende langere periodes. Er waren discussies over haar eigen jeugd – misverstanden en gebrek aan communicatie met haar vader en moeder, haar vroege neiging om catastrofes te voorzien – en de kwestie van nalatenschap, of, zoals ze het uitdrukte, ‘wat het waard is geweest’.

De gesprekken waren cruciaal voor Didions begrip van de thema’s die ze gebruikte in haar briljante latere werken Where I was fromThe Year of Magical Thinking (Bij De Arbeiderspers verschenen als Het jaar van magisch denken) en Blue Nights.

Joan Didion is geboren op 5 december 1934 in Sacramento, Californië, Verenigde Staten. Ze wordt gezien als een van Amerika’s grootste moderne auteurs. Ze publiceerde vele bekroonde en bejubelde essaybundels, vijf romans, en voor haar memoir Het jaar van magisch denken (2005) ontving ze de National Book Award for Nonfiction. Ze overleed op 23 december 2021 in Manhattan, New York aan de gevolgen van de ziekte van Parkinson en werd 87 jaar oud.

Bijpassende boeken en informatie

Arthur van Dijk – Een lied dat niet sterven zal Willem Pijper biografie

Arthur van Dijk Een lied dat niet sterven zal Willem Pijper biografie recensie en informatie over de inhoud. Op 4 april 2025 verschijnt als deel 49 in de reeks Open domein van uitgeverij De Arbeiderspers de biografie van de Nederlandse componist Willem Pijper, geschreven door Arthur van Dijk. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Arthur van Dijk Een lied dat niet sterven zal Willem Pijper biografie recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van de biografie van de Nederlandse klassieke componist Willem Pijper, Een lied dat niet sterven zal, geschreven door Arthur van Dijks, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Arthur van Dijk Een lied dat niet sterven zal Willem Pijper biografie

Een lied dat niet sterven zal

Het rusteloze leven van Willem Pijper (1894-1947)

  • Auteur: Arthur van Dijk (Nederland)
  • Soort boek: biografie, muziekboek
  • Uitgever: De Arbeiderspers, Open domein 49
  • Verschijnt: 4 april 2025
  • Omvang: 536 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 39,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de biografie van componist Willem Pijper

De biografie van componist Willem Pijper. Het korte, heftige, productieve leven van een van de belangrijkste Nederlandse kunstenaars uit de 20e eeuw.

Nadat Reinbert de Leeuw namens de Notenkrakers in 1966 plotseling de vloer met hem had aangeveegd, wijzigde het beeld van Willem Pijper (1894-1947) als onaantastbare figuur met internationale renommée als componist. Vanaf dat moment werd hij decennialang gezien als een overschatte figuur die vernieuwingen in het muziekleven had tegengehouden. Dat beeld is allang weer bijgesteld en het is hoog tijd voor een grondiger inzicht in het leven van deze complexe persoonlijkheid, die door Vestdijk ook werd beschouwd als een letterkundige en door Marsman als een haremhouder. Deze biografie duikt in het diepe.

Arthur van Dijk is geboren in 1956. Hij ontfermt zich sinds zijn studie letteren en muziekwetenschap over de nalatenschap van Willem Pijper. Hij bezorgde Het papieren gevaar (Pijpers verzameld kritisch proza, 2011) en In het licht van de eeuwigheid (Privé-domein), een bloemlezing uit Pijpers brieven.

Bijpassende boeken en informatie