Evan Dara Het verdwenen plakboek recensie, review en informatie over de roman van de Amerikaanse schrijver. Op 27 november 2025 verschijnt bij Uitgeverij Het Balanseer de Nederlandse vertaling van de roman The Lost Scrapbook van Evan Dara de uit de Verenigde Staten afkomstige schrijver. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.
Evan Dara Het verdwenen plakboek recensies en reviews
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het verdwenen plakboek, de roman geschreven door Evan Dara, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
Recensie van Tim Donker
En dan. De hamerslag. Waar je zo lang naar zocht. Waar ik altijd naar zoek. De hamerslag, en dan neer. Behalve dat ik al lag. Op het bed van mijn dochter. Ze zat aan haar kaptafel haar nagels te lakken en ze vond het fijn om mij in haar buurt te hebben dus ik lag. Op haar bed. Te lezen. Het verdwenen plakboek. Evan Dara. De hamerslag, en neer. Maar ik lag al. Is dat een leuk boek?, vroeg mijn dochter, en eigenlijk haat ik die vraag. Behalve als mijn dochter hem stelt. Ja. Ik zei. Terwijl ik de hamerslag lag te ervaren. Van neergaan. Behalve dat ik al lag. Waar gaat het over?, vroeg mijn dochter. Eigenlijk haat ik die vraag. Behalve als mijn dochter hem stelt. Ja, dat is zoiets. Zei ik. Eerst ging het over een gast die in een of ander bureautje zat om een beroepskeuzetest te doen. Dat was eigenlijk best heel grappig. Maar daarna was het ineens een zwerver, of naja iemand die met zijn moeder in één huis woonde maar liever op straat was dan thuis, en toen waren er mensen die om één of andere vage reden vuurvliegjes gingen vangen, en was er iemand die ruzie kreeg met zijn zoon over een drumstel. En nu gaat het al een tijdje over iemand met een passie voor radio, en hij heeft een of ander zot plan om radio weer populair te maken. En ik weet nog niet of het steeds anderen zijn, of dat het allemaal herinneringen zijn van één persoon. Maar juist doordat ik dat niet weet, vind ik het heel erg goed. En mijn dochter lacht, en ze zegt iets, en ik zeg iets terug, en ik sla het boek dicht want er is een gesprek gaande nu, een gesprek tussen mijn dochter en mij, een gesprek dat niets te maken meer heeft met Het verdwenen plakboek.
Maar er eigenlijk alles mee te maken heeft.
Want alles heeft steeds alles te maken met dit boek.
Goed. Er was die ikfiguur dus, en hij deed een beroepskeuzetest, ja dat vond ik grappig, nou niet zozeer dat hij een beroepskeuzetest deed al zijn beroepskeuzetesten op zichzelf al stompzinnig genoeg om grappig te zijn, maar het waren vooral de cynische antwoorden die hij op stompzinnige vragen gaf die me aan het lachen brachten. Hij zou graag forensisch epidemioloog worden, of chef kousen en herenondergoed in een warenhuis, maar hydroakoestiek, kwantumbiografie en psychogeologie trekken hem ook wel. Maar neen, zeggen de vragenstellers, dat kan allemaal niet, dat kan niet allemaal, een mens beperkt zich beter tot één specialisme. Doch het grappige was net dat het me terugvoerde. Terugvoerde naar hoe ik daar zat, ooit, toen ik een opleiding deed die ik eigenlijk niet wilde doen, en in een kamertje zat waar ik eigenlijk niet wilde zitten, met tegenover mij de vrouw met het haar, niet per se de ergste die daar rondliep maar alsnog iemand die daar rondliep en alleen daarom al nooit helemaal deugen kon. Dat bleek ook wel, want ze ging me uithoren over wat ik wilde doen nadat ik de opleiding die ik niet wilde doen zou afgerond hebben. Hum. Ik weet niet. Zei ik. Een tijdschrift maken dat alle grenzen overschrijdt lijkt mij wel wat. En misschien een paar dichtbundels pennen, en een fragmentarische roman. Een experimentele film zou kunnen, en ook nog wat met geluidskunst doen. Maar dat kan niet, zei de vrouw met het haar, dat kan tegenwoordig niet meer, de homo universalis is niet van deze tijd, tegenwoordig moet je kiezen. En ik ging en deed niets, en de persoon in Het verdwenen plakboek gaat en doet niets, of zwerft over straat, en op zijn walkman klinkt Philip Glass en hee dat had ik ook vaak op mijn walkman toen ik daar was, op die opleiding die ik niet wilde doen, daar, toen, met de vrouw met het haar, kon Het verdwenen plakboek ook over mij gaan dan?
Maar als er een scene is met een vrouw die gewicht wil toekennen aan niet-stemmers, dat heet, al die mensen die om wat voor reden dan ook, nooit gaan stemmen, niet op de republikeinen stemmen en niet op de democraten (is er een reden om geen kant te willen kiezen, waarom wil je je verre houden van politiek?); de vrouw spreekt over een klein onderzoekje dat ze eigenhandig uitvoerde onder niet-stemmers, hoe ze langs de deuren ging om aan mensen te vragen of ze gestemd hadden en zo nee of ze even binnen mocht komen om te praten, dat kreeg nog een bizar gevolg; het gesprek over haar ervaringen hieromtrent lijkt veel op een interview, op televisie of op de radio, en het is voor het eerst dat ik denken ga, ofnee, het is voor het eerst dat ik anders denken ga, het is allang later, ik lig al niet meer op het bed van mijn dochter, ik zit in mijn leesstoel, het is allang de andere dag, en ik begin denken dat de opvatting dat het in Het verdwenen plakboek steeds om één en dezelfde figuur gaat, langzamerhand onhoudbaar aan het worden is. De pen is een camera, denk ik, en de camera vliegt over een land, het Amerika van toen en toen of het Amerika van nu, of overheen de hele wereld allicht, en overal flitsen, en overal beelden, en overal woorden, en overal mensen, en ik denk aan John Dos Passos, maar ook aan Augusto Fernandez Mallo, al is zijn Nocilla-trilogie van later datum, ik acht het niet onwaarschijnlijk dat Mallo Dara gelezen heeft, dat Dara Dos Passos gelezen heeft, ik acht het zeer goed mogelijk dat stemmen overal zijn.
Want de fragmenten, of zeg passages, noem het rustig beelden, vloeien onophoudelijk in elkaar over. Midscene. Midalinea. Zomwijlen zelfs midzin. Is er ineens iemand anders aan het woord. Een andere verteller, een andere handeling, een andere omgeving. Je kan denken dat dit een andere manier van lezen vereist. Kan je net denken. Een zekere oplettendheid misschien. Aandacht. Concentratie. Weten, steeds, wie is hier nu weer aan het woord, wat is er nu weer aan de hand. Maar. Misschien zit alles tot achter de komma willen begrijpen alleen maar in de weg. Misschien werkt het beter als je Dara alles gewoon maar over je uit laat storten, als je meedrijft op de stroom, als je je in trance laat brengen door de beelden, de zinnen, de woorden, het ritme.
Prachtig is bijvoorbeeld een stuk van ruim honderd pagina’s dat hoewel het uitgaat van iets auditiefs eigenlijk heel beeldend is. Centraal staat een “piraat” die “inbreekt” op iemands walkman; hij zendt uit op een golflengte die vooral ontvangen wordt door mensen die op straat lopen met een walkman op hun kop. Je kan echter evengoed stellen dat hij “inbreekt” in het boek; met veel witruimte omgeven golven zijn woorden overheen de pagina’s; in eerste instantie brengt hij vooral bizarre nieuws”feiten”: dat reclame kankerverwekkend zou zijn, bijvoorbeeld, of dat het bedrijf Xerox erin geslaagd zou zijn om energie te winnen uit taalstromen, en dan met name uit het verschil tussen de hoeveelheid betekenis die de verzender in zijn boodschap stopt en de hoeveelheid betekenis die de ontvanger eruit haalt; daartussen gaat heel veel verloren en uit dat verlies zou je, volgens Xerox, energie kunnen puren; maar later gaat de piraat over op een lang verhaal, een zeer lang verhaal over een ontmoeting tussen hemzelf en een man die in een bos op zoek was naar het gezicht van John Cage in het mos op de bomen; hoe zijn verhaal golft; hoe dat wiegt; en het wit; leegte die ademt.
Het verdwenen plakboek kent veel sprekers; vaak, zoals in bovenstaand geval, steken ze monologen af, die soms naar het essayistische neigen, lange, beschouwelijke stukken zijn over taalkunde, politiek, musicologie, kunst of economie -en vrijwel altijd raak en interessant en onderhoudend zijn- waar er anderen zijn, die weerwoorden geven, ook dingen zeggen, zou een mens kunnen spreken van een dialoog en dan ligt -inderdaad- een naam als William Gaddis voor de hand; denk JR of misschien denk ik dat alleen maar omdat dat het boek was waardoor ik Engels ben gaan lezen, het was en het is bij mijn weten nog altijd niet vertaald in het Nederlands en ik wou lezen dus moest het wel het Engels en pas daarmee ontdekte ik hoe ontzettend veel prachtboeken van -opvallend!- vooral Amerikaanse orzjiene nooit met een Nederlandse versie geëerd zijn.
Zoals eigenlijk ook dit. The lost scrapbook kwam al in 1995 uit; wie enkel Nederlands wenst te lezen heeft er dertig jaar op moeten wachten. het balanseer -val op uw knieën en schenk hen al uw eer- brengt tegelijkertijd met dit Het verloren plakboek het Engelstalige orzjieneel opnieuw uit maar in dit zeer unieke geval zou ik eerder aanraden de Nederlandse vertaling van Iannis Goerlandt te lezen want dan krijg je behalve dit geweldig gecomponeerde prachtboek er ook nog wat fantastische vlaamsigheden op de koop bij: “inkom” bijvoorbeeld, of “op zijn honger blijven zitten”, of “in hetzelfde bedje ziek zijn”, of “promopancarte” – het zijn net zulke woorden die dit boek nog net dat kleine tikje muzikaler maken dan het op zichzelf genomen al is.
Want.
De muzikaliteit.
Het ritme.
Het golven.
De beelden.
Eerst dacht ik: dit is het boek over één persoon, hij braakt al zijn herinneringen in één gulp uit over de lezers.
Toen dacht ik: dit is het verhaal van allen. Dit is het verhaal van velen.
Maar dan weer. Kleine prikjes. Een Toyota die steeds terugkeert, opvallend veel personages rijden Toyota? Of dat mopje over hoe je kunt weten dat Jezus Joods was dat, in minieme variaties dan weliswaar, verteld wordt door diverse personages, verspreid over uiteenliggende pagina’s. Of walkmans. Hoe er vrij vaak iets is dat te maken heeft met walkmans. Of blauwebessenmuffins, of een een stoelendans.
Flitsen. Beeldrijm. Echo’s. Herhalingen als kleine grapjes voor de oplettende lezer? Of dient het alles een grote opzet, en is Het verdwenen plakboek misschien toch niet zo radikaal fragmentaries als het op eerste gezicht lijkt te zijn?
Lijkt het vaak toch een overkoepelend thema te dienen.
De marginale mens.
De randfiguren.
Degenen die onderaan hangen.
De kleine luiden.
U weet.
Aldiegenen die door de ontmenselijkende machinaties -van maatschappelijke, kapitalistische, politieke of sociale aard- vergruizeld dreigen te worden. Een groot stuk gaat bijvoorbeeld over een fotobedrijf in het stadje Isaura dat onbeschaamd gif loost waardoor het drinkwater uiteindelijk ondrinkbaar wordt en een gedeelte van de bevolking geëvacueerd dient te worden. Eerst doet het bedrijf -Ozark- alsof er niks aan de hand is en daarna werkt het op het gemoed van de bevolking: het is de grootste werkgever in de omgeving, het geeft zoveel geld uit aan goede doelen, zonder Ozark zou er geen Isaura zijn, zou de bevolking niet wat dankbaarder moeten zijn? Wetenschappers, niet zelden in dienst van de staat, vallen Ozark bij in de opvatting dat er eigenlijk niet echt iets is om ongerust over te zijn.
Machinaties dus ook van wetenschappelijke snit. De politisering van de wetenschap? Dara gebruikt de term zelf, legt hem echter in de mond van een tabakslobbyist (heet dat zo?); onduidelijk of het gaat om een industrieel die zijn geld verdient met sigaretten of een advocaat die het opneemt voor een dergelijk figuur. Daar kun je nog denken dat “politisering van de wetenschap” ironizerend bedoeld is, maar verderop in het boek laat Dara wetenschappers wel degelijk het woord spreken van diegenen wier brood zij eten. Waarmee Het verdwenen plakboek ook nog een profetisch karakter krijgt ook (of in ieder geval iets zag wat ik pas door corona ben gaan inzien).
Maar Dara gaat onophoudelijk zijn eigen bladzijden te buiten. Plaatst hij doelbewust referenties (dat winkelcentrum dat lijkt te groeien, op de heenweg andere winkels herbergt dan op de terugweg, dat ken ik toch ergens van? van Prescott toch, of waarvan weer? of doet het me alleen maar denken aan dat krimpende en uitdijende huis van Danielewski? maar Danielewski is een beetje een poseur toch, niet?, zou Dara jatten van een poseur, niet erg waarschijnlijk nee) (en die uit ovengebakken rotzooi opgetrokken kunstwerken, die ken ik toch ook?) (waarvan dan?), of is zijn The lost scrapbook destijds zo invloedrijk geweest -een schrijvers schrijver- dat er zoveel mee aan de haal is gegaan dat het zijn eigen faam voorbij is gegroeid (Het verdwijnen is toch van veel later datum dan The lost scrapbook?)? Of is het dat beeldrijm -oja de gerbil Erwin en oja die gasten van Nonet Minus One, oja al die dingen die eerder genoemd werden, en ik blader terug, waar was het ookalweer?- dat maakt dat je ook dat wat je nergens van kent lijkt te herkennen. Of het ritme, het geluid van dit boek, de trance waarin het je onderdompelt, misschien maakt dat de lezer extra bevattelijk voor een deja vu omdat een scene soms pas als je er al enige tijd in verzeild geraakt bent werkelijk in je bewustzijn aankomt: veroorzaakt dat bij wijlen een “hee ik ken dit ergens van”-gevoel? Of nog. Misschien schrijft hij in weerwil van de soms bizarre of surreële toon zo dicht op de huid van de werkelijkheid dat Het verdwenen plakboek niet alleen in de 514 bladzijden is die het telt, maar overal rond je.
Het schoonst is misschien wel het einde. Een zin van zes pagina’s lang, beginnend met een exodus en eindigend met stilte. En haperend. En stotterend. En stromend. En pulserend. Gaat. Langsheen, bijvoorbeeld, een opsomming van vele steden en stadjes en dorpen en gehuchten en, bijna nonchalant, opkomt met een fantastisch flintertje als “zo veel werk, en mengpaneel”; alleen daarom al.
Ja daarom.
En om al het andere.
Want wat een onwaarschijnlijk goed boek is dit.
Wat een ongekend volslagen uniek fantastisch geweldig mooi boek is dit.
De hamerslag.
Maar ik lig allang niet meer.
En ik zit ook niet meer.
Ik sta. Op de tafel. Hyperbolen uit mijn botten slaand waar u bij staat. Bijvoorbeeld dat Het verdwenen plakboek maar zo het beste boek aan deze zijde van de millenniumwende zou kunnen zijn. Maar ja. Daar sta ik dan, op mijn tafel, terwijl gebarsten woorden nog zo’n beetje langs mijn lijf omlaag glibberen. Me bedenkend dat The lost scrapbook al in 1995 werd uitgebracht. En dan zou dit boek niet alleen het beste boek aan deze zijde van de millenniumwende zijn, maar ook van aan gene zijde. En het beste boek van twee millennia, sja, dat is zelfs voor mijn gemakkelijk tot hyperbolen geneigd zijnde inborst net een beetje te straf. Een beetje. Maar toch.
Niettemin: iedereen moet dit boek lezen. Nu. Vandaag nog. En als u nu nog niet op weg naar de boekhandel (moest u in de buurt van Gent wonen, kies dan vooral voor Paard van Troje) bent om Het verdwenen plakboek aan te schaffen, kom ik hoogstpersoonlijk naar u toe. En sleur ik u erheen. Naar de boekhandel. Opdat ook u Het verdwenen plakboek kunt hebben. Want vanaf heden is geen enkele boekenkast meer compleet zonder.

Het verdwenen plakboek
- Auteur: Evan Dara (Verenigde Staten)
- Soort boek: Amerikaanse roman
- Origineel: The Lost Scrapbook (1995)
- Nederlandse vertaling: Iannis Goerlandt
- Uitgever: Het Balanseer
- Verschijnt: 27 november 2025
- Omvang: 416 pagina’s
- Uitgave: paperback
- Prijs: € 27,50
- Bestelmogelijkheden roman >
Flaptekst van de roman van Evan Dara
Een jongen dwaalt door de straten, met in zijn koptelefoon een stuk van Philip Glass op oneindige herhaling. Een zoon verbreekt het contact met zijn vader na een fout verjaardagsgeschenk. Een groep vage kennissen haalt herinneringen op aan dezelfde overleden vriend, elk vanuit een eigen perspectief, en brengen hem zo weer even tot leven. Een vrouw wil met haar buren praten over de verkiezingen maar wordt vastgebonden met een tuinslang. En er is die jongen die als kind op zolder bij zijn grootvader een oud, gehavend plakboek vindt, en er jaren later naar op zoek gaat. Terwijl in de achtergrond een bedrijf stilletjes toxische stoffen lekt in de bodem van een stadje dat er al jaren economisch van afhankelijk is.
Het verdwenen plakboek van Evan Dara is een roman als een stroom: stemmen komen en gaan, verhalen haken in elkaar, perspectieven wisselen zonder waarschuwing. Samen vormen ze een polyfoon portret van een gemeenschap op drift – een meeslepende zoektocht naar wat verdwijnt, en wat ons ondanks alles met elkaar verbindt.
Evan Dara is een Amerikaanse auteur van vier romans en twee toneelstukken, wiens werk vaak wordt vergeleken met dat van William Gaddis, Thomas Pynchon en David Foster Wallace. Hoewel hij publiciteit bewust uit de weg gaat, heeft hij onder lezers en schrijvers een toegewijde schare volgers opgebouwd.
Bijpassende boeken en informatie