Categorie archieven: Nederlandse Romans

Astrid H. Roemer – Over de gekte van een vrouw

Astrid H. Roemer Over de gekte van een vrouw recensie en informatie van de inhoud van de roman uit 1982 van de Surinaams-Nederlandse schrijfster. Op 27 februari 2025 verschijnt de heruitgave van de roman van de roman van Astrid Roemer op de longlist staat van de International Booker Prize 2025. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave. De roman is door onze redactie gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Astrid H. Roemer Over de gekte van een vrouw recensie en informatie

  • “Van alle Nederlands schrijvende auteurs benadert Astrid Roemer het meest de principes van de “écriture féminine”, met het verschil dat zij in haar welbewust revolutionair omgaan met taal-, stijl- en beeldconventies bovendien haar zwart bewustzijn tot uitdrukking brengt.” (Hannemieke Stamperius, Opzij)
  • “Een naar binnen gekeerde roman vol erotiek en poëzie, tegen de achtergrond van de koloniale geschiedenis van Suriname. De thrillerachtige sfeer, gecombineerd met de poëtische beschrijving van de vrouwelijke binnenwereld, maakt het tot een heel bijzonder boek.” (Trouw)

Astrid H. Roemer Over de gekte van een vrouw

Over de gekte van een vrouw

  • Auteur: Astrid H. Roemer (Suriname, Nederland)
  • Soort boek: roman uit 1982
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 27 februari 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 21,99 / € 11,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Longlist International Booker Prize 2025
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman uit 1982 van Astrid H. Roemer

De achttienjarige Noenka wordt, wanneer zij als lerares het nest verlaat, in een samenleving gezogen die vibreert van identiteiten, botsende levensovertuigingen, agressie en persoonlijke belangen. Na negen dagen scheidt zij van haar gewelddadige man Louis en begint ze verhoudingen die haar niet bieden wat ze zoekt. Er wordt over haar geroddeld tot zij niet veilig meer is. Haar ouderlijk huis valt langzaam uiteen door de kanker die haar moeder velt, waardoor zij moet terugkeren naar haar geboortedorp. Per toeval vindt zij een uitweg die haar levensgeluk schenkt.

Over de gekte van een vrouw is een belangrijke roman over het vrouw-zijn in de jaren tachtig, waarin de koloniale geschiedenis van Suriname voelbaar wordt.

Astrid H. Roemer is op 27 april 1947 geboren in Paramaribo, Suriname. Ze brak in Nederland door met Over de gekte van een vrouw, een experimentele roman over de complexiteit van het vrouw-zijn. In de jaren negentig schreef zij drie dekolonisatieromans die zijzelf haar ‘drieling’ noemde: Gewaagd leven (1996), Lijken op liefde (1997) en Was getekend (1999), nu gebundeld als Onmogelijk moederland. Roemer werd in zowel Suriname als Nederland geprezen om haar lef en eigenzinnigheid in het inmiddels uitgebreide oeuvre van poëzie, proza en theaterteksten. Haar laatste roman DealersDochter verscheen in 2023.

Bijpassende boeken en informatie

Anke Scheeren – Blauw of de kleur van blijdschap

Anke Scheeren Blauw of de kleur van blijdschap recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Nederlandse roman. Op 27 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster Anke Scheeren. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Anke Scheeren Blauw of de kleur van blijdschap recensie en informatie

  • “Een geslaagd en veelbelovend debuut.” (Trouw over De mooiste dagen zijn het ergst)
  • “Een debuut om slechts te prijzen.” (Leeuwarder Courant)
  • “Verrassend, met haar monter pessimisme weet Anker Scheeren bij de lezer een snaar te raken.” (De Telegraaf)
  • “Met haar lichte toets, heldere compositie. karakteristieke dialogen en een goed gebruik van motieven, lijkt Scheeren in de eerste plaats een groot talent.” (de Volkskrant, ∗∗∗∗)

Anke Scheeren Blauw of de kleur van blijdschap

Blauw of de kleur van blijdschap

  • Auteur: Anke Scheeren (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 27 februari 2025
  • Omvang: 232 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,50 / € 12,00
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de tweede roman van Anke Scheeren

‘Wat vind je zo mooi aan Mongolië, Egbert?’
‘Dat het er leeg is.’
‘Wat vind je zo mooi aan de leegte?’
‘Dat er niks is.’
‘Maar dan ben jij er ook niet meer.’
‘ja.

Onverwacht stuurt zijn baas de weinig ambitieuze Egbert Klein op missie naar Mongolië. Hij moet de inwoners van het uitgestrekte land overtuigen van de ongekende duurzame mogelijkheden die de wind en de leegte bieden. In Ulaanbaatar verandert hij noodgedwongen in een avonturier met een rolkoffer.

Baluw of de kleur van blijdschap gaat over verlies en hunkering, over jezelf tegenkomen, juist wanneer je er niet naar op zoek was.

Anke Scheeren is schrijver en onderzoeker. Na haar studie psychologie ontving zij een schrijversbeurs van literair tijdschrift Hollands Maandblad. Ze publiceerde verschillende korte verhalen. In 2009 verscheen haar roman De mooiste dagen zijn het ergst. Het boek werd lovend ontvangen en genomineerd voor de Opzij Literatuurprijs en de Selexyz Debuutprijs.

Bijpassende boeken en informatie

Philip Snijder – De verbindingen

Philip Snijder De verbindingen recensie en informatie roman over de militaire diensttijd van de Nederlandse schrijver. Op 25 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact de nieuwe roman van Philip Snijder. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijver en over de uitgave.

Philip Snijder De verbindingen recensie en informatie

Wie al eerder romans van Philip Snijder gelezen heeft weet dat hij een meesterlijke chroniqueur is van het dagelijkse leven. Ook in zijn nieuwe roman komt zijn kwaliteit weer tot volle wasdom.

Nu heeft hij gekozen voor een roman waarin periode de militaire dienstplicht centraal staat. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw wordt de verteller in de roman opgeroepen. Na de keuring en een training gaat hij aan de slag als radiotelefonist, door de mede-dienstplichtigen aangeduid als stekker op een basis in Duitsland.

Door zijn functie kan hij een beetje als individualist door de geledingen van zijn eenheid heen manoeuvreren. De andere militairen vertellen hem verhalen en zelf kan hij zich op de vlakte houden. Het is een saai leven zonder al te veel opwinding. Dit verandert als er een nieuwe officier de leiding krijgt over de eenheid, een man waarmee de hoofdpersoon tijdens de keuring als contact heeft gehad. Deze persoon laat zicht op een manier gelden die de spanningen doet oplopen.

Weer is het Philip Snijder gelukt om een uitstekende en boeiende roman af te leveren die een mooi tijdsbeeld schept en een onderbelicht onderwerp als de militaire dienstplicht goed over het voetlicht brengt. Het is zo’n roman die je in een ruk wilt uitlezen, vakkundig schrijverschap koppelt aan humor en empathie, zonder uit de bocht te vliegen. De roman is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Philip Snijder De verbindingen

De verbindingen

  • Auteur: Philip Snijder (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 25 februari 2025
  • Omvang: 240 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99 / € 13,99
  • Waardering redactie:∗∗∗∗ (uitstekend).
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Philip Snijder

Geestige en ontroerende roman over een zelden aangeraakt onderwerp in de Nederlandse literatuur: de militaire diensttijd

Het is 1977, in Nederland is de dienstplicht van kracht. Jongens van achttien of negentien hebben van de ene dag op de andere een nieuw bestaan: dat van militair. Eenzaamheid, heimwee, ontreddering zijn hun lot. Ook voor de verteller, een gesjeesde student pedagogiek, begint een nieuw leven. Hij wordt radiotelefonist van een peloton en krijgt de bijnaam Stekker.

Op de NAVO-basis in Duitsland waar hij terechtkomt bouwt hij als gevolg van zijn functie een vertrouwensband op met de soldaten, al blijft hij een observerende buitenstaander. Ook met de dienstplichtige officier, die hij herkent van de keuring, voert hij vertrouwelijke gesprekken en Stekker komt de achtergrond te weten van de bizarre manier waarop de officier het commando voert. Kan de jonge, naïeve officier zijn nieuwe positie wel aan? Drie jaar later, in een hippiehotel bij de Amsterdamse Zeedijk waar Stekker inmiddels werkt, treffen ze elkaar weer. Het zijn de hoogtijdagen van de heroïne.

Met groot inlevingsvermogen en gevoel voor humor schetst Snijder het bestaan van de dienstplichtige militair, zijn ontheemding, zijn verlangen naar familie en geliefden, zijn kwetsbaarheid. En de solidariteit en broederschap die daar het gevolg van zijn.

Philip Snijder is geboren in 1956 in Amsterdam. Hij is de schrijver van romans waarin hij met een scherp oog voor details de subtiliteiten blootlegt van familiebanden en het leven in een Amsterdamse volksbuurt. Het smartlappenkwartier uit 2020 is hiervan een goed voorbeeld, gewaardeerd door onze redactie met ∗∗∗∗ (uitstekend). Hij is in zijn observaties en beschrijvingen nietsontziend en spaart ook zichzelf niet. Zijn werk wordt unaniem geprezen.

Bijpassende boeken en informatie

Judith Fanto – Narcis

Judith Fanto Narcis recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe historische roman over Wenen van de Nederlandse schrijfster. Op 25 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Ambo | Anthos de tweede roman van de uit Nederland afkomstige schrijfster Judith Fanto. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Judith Fanto Narcis recensie en informatie

  • “We moeten naar Theodor Fontane uit de negentiende eeuw teruggaan om een vergelijkbaar niveau van vertellen te vinden. Een bijzonder indrukwekkend boek.” (Friesch Dagblad over Viktor)
  • “Debuutroman vol humor, wijsheid en melancholie.” (De Telegraaf over Viktor)

Judith Fanto Narcis

Narcis

  • Auteur: Judith Fanto (Nederland)
  • Soort: Nederlandse historische roman
  • Uitgever: Ambo | Anthos
  • Verschijnt: 25 februari 2025
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99 / € 15,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe roman van Judith Fanto

1916. Na de dood van zijn moeder verhuist de tienjarige Manno van Haarlem naar de door oorlog geteisterde wereldstad Wenen. De eisen die zijn nieuwe leven aan hem stelt, drijven hem tot wanhoop, tot hij op een zomerkamp vriendschap sluit met vijf leeftijdsgenoten. In de decennia die volgen overleeft hun hechte vriendschap de meest uiteenlopende beproevingen. Maar als Hitler aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog Oostenrijk binnenvalt, wordt het maatschappelijke persoonlijk en moet ieder van de vrienden kleur bekennen.

In deze rijke, meeslepende roman over vriendschap etaleert Judith Fanto opnieuw haar wonderschone stijl en historische kennis, die ze combineert met een vlijmscherp psychologisch inzicht. Kun je een ander ooit ten diepste kennen? Vergt werkelijke vriendschap wel absolute openheid? Of is respect voor de geheimen van de ander juist het grondrecht van elke vriend?

Judith Fanto is geboren in 1969 in Delft. Ze is jurist, spreker en schrijver. In 2020 verscheen haar debuutroman Viktor, gebaseerd op de lotgevallen van haar Weense familie. Viktor werd een bestseller en is vertaald in het Duits en het Russisch. Narcis is Fanto’s tweede roman.

Bijpassende boeken en informatie

Emy Koopman – De vrouw in de kelder

Emy Koopman De vrouw in de kelder recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster. Op 25 februari 2025  verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers de roman van de uit Nederland afkomstige schrijfster en journalist Emy Koopman en met illustraties van Moniek van de Pas. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Emy Koopman De vrouw in de kelder recensie van Tim Donker

Er loopt een lijn van mijn moeder naar Jean-Philippe Toussaint en nu ik Koopman gelezen heb weet ik dat.

Een vrouw, Veronika Paardenbijter, huurt een kelderwoning in het huis van Renée en Jacqueline. In kelder, in schemering, trekt ze zich terug. Om niks te doen, om slechts te zijn, om weg te zijn uit de wereld waar van alles moet en mensen van alles van je verwachten, verlangen, willen. Misschien wat te lezen. Misschien wat te schrijven. Rust, vooral. Vooral rust.

Ik dacht aan mijn moeder. Het was later, we woonden al in Eindhoven, niet meer in het dorp waar ik ben opgegroeid, ik was nog maar een paar stappen verwijderd van volwassenheid, ik was nog net niet het huis uit, toen mijn moeder en ik dat gesprek hadden. Ze was jong verliefd geworden op mijn vader, ze waren net twintig toen ze gingen samenwonen en toen, niet lang daarna, mijn oudste zus geboren werd. Van het ouderlijk huis naar een huis met haar eigen gezin, er had niks tussen gezeten, van nog-net-geen-kind-meer naar moeder, daar had nauwelijks een fase tussen gezeten. Ze was één der laatste voltijdsmoeders geweest en bijgevolg had ze maar een hele korte periode een betaalde baan gehad. Niet dat in huishoudelijke taken haar gehele passie lag. Ze hield van koken, in veel minder mate van schoonmaken, niet dat we altijd in een smerig huis leefden, maar veel meer dan het hoognodige deed ze niet, en toen wij, kinderen, ik, als jongste, het allerlaatst, steeds minder ouderlijke zorg nodig hadden, vulden haar uren zich met leegte. Een leegte waarin ze las, voor het raam zat, kruiswoordraadsels oploste, televisie keek. Misschien had iemand er iets van gezegd, misschien had de stilte (in Eindhoven had ik eindelijk zoiets als vrienden en was ik veel vaker dan voorheen in het dorp lang uithuizig) haar de gedachte opgedrongen; ik weet het niet, maar hoe het ook zij, op enig moment vertrouwde ze me toe zich te schamen voor haar luie aard. Ik stond op van tafel, we hadden, zoals zo vaak in die tijd, met z’n tweeën gedineerd die avond, en begon, rusteloos heen en weer benend, aan een vurig pleidooi ten faveure van de luiheid. “Het zijn de overijverigen, de ambitieuzen, de eerzuchtigen die de wereld naar de verdommenis helpen, niet de luiaards!”, zo besloot ik mijn betoog; iets wat mijn moeder klaarblijkelijk in haar hart gesloten had want ze kwam er nog vaak op terug. Ze had mijn woorden verkort tot “Als je niks doet, heeft ook niemand last van je”, wat niet een heel accurate samenvatting was van wat ik gezegd had maar het deed me goed dat ze nu ook de voordelen van een lui leven kon inzien.

Een vrouw die in een stiller leven omarmen wil op een beperkt aantal vierkante meters, het deed me denken aan mijn moeder. Als ze nog geleefd had, zou ik haar De vrouw in de kelder als leestip gegeven hebben.

En door leestips, en door een verhaalfiguur dat kiest voor een leven in één ruimte, dacht ik aan De badkamer van Jean-Philippe Toussaint. En hoe gek het eigenlijk is dat ik toen ik De badkamer las niet aan mijn moeder gedacht had, of op het idee kwam het haar te tippen. Waarschijnlijk was ze al ziek toen ik het las, ik kocht het tweedehands, vele vele jaren na 1987, het jaar van verschijnen. Wel leende ik het uit aan mijn toenmalige buurman. Die kon dat leek mij wel waarderen, een boek over een man die besluit voortaan in zijn badkamer te zullen leven. “Hij is toch al wel vrij snel die badkamer weer uit.” gaf ik hem als waarschuwing mee, na lezing deelde hij die indruk waarbij het echter opvatte als kritische noot. Maar ik weet niet of ik het als kritiek bedoeld had, het had me in eerste instantie wel tegengevallen dat De badkamer zich niet heeldurtijd in de badkamer had afgespeeld, later kon ik er ook wel iets grappigs inzien, iets wat ik zelf gedaan zou kunnen hebben, als mijn eertijdse droom schrijver te worden niet door ondervoeding een vroege dood gestorven was en ik me voor het godsonmogelijke projekt gesteld gezien had om boek na boek vol te zeveren – dan had ik ook, zomaar, op het idee kunnen komen, liggend in bad, in stoomwolken, in kruidgeur, alleen met mijn gedachten, in stilte, god wat aangenaam, hier zou ik de hele dag wel kunnen blijven, hier zou ik altijd kunnen liggen, hee, wat een goed idee, een boek over een vent die voortaan in zijn badkamer gaat wonen, daar zou je een boek over kunnen schrijven, en dan ga je schrijven, en dan weet je na een tijd ook niet meer wat je aan moet met die eikel in die badkamer, je hebt meer ruimte nodig om nog iets met die gast aan te kunnen, nu heb je nog niet eens genoeg bladzijden voor een novelle, ach laat hem maar naar buiten gaan en mensen tegenkomen, en dingen zien, een heel klein beetje actie misschien, dat geeft me al wat meer pagina’s ja, tegen je uitgever zeg je maar dat het gaat over een man die besluit zijn badkamer niet meer uit te willen, doet het vast goed, ja, daar kon ik toch ook wel wat humor in zien, die Toussaint toch, boeken schrijven die niet gaan over waar ze over gaan, dat vond ik goed, mijn buurman niet, die vond het zwak, hij is mijn buurman inmiddels niet meer, De vrouw in de kelder zou hij beter hebben gevonden, Veronika blijft tot het eind toe in de kelder, naja, niet uitsluitend in de kelder, op het eind durft ze ook al de tuin van Renée en Jacqueline in, maar de kelder als woning opgeven gebeurt niet, niet in dit boek.

Misschien dacht ik, met mijn moeder, mijn voormalig buurman, met Toussaint in gedachten, een beetje te vlug in dit boek een essayisties geschrift te zien, een sociaal-maatschappelijk kommentaar, een kontemplasie. “Ik heb een grotendeels functionerend lichaam en niemand die zijn levensgeluk of wat dan ook van mij laat afhangen. Ademruimte. Hier zit ik en hier blijf ik voorlopig zitten.”, schrijft Koopman. En over zoeken naar afzondering heeft ze het ook. Onontgonnen willen zijn. Dat ken ik wel. Denk ik. “Bevrijd zijn van je eigen ambities”, ook iets dat ik zei, ooit, in gesprek met iemand, wie ook alweer, ik weet alleen nog dat het een vrouw was. Presteren, iets voorstellen, je laten gelden, sporen zetten, iets nalaten, niet voor niks geleefd hebben; dingen die we moeten & waarom dat moeten, waarom die druk, waarom dat nadrukkelijk aanwezig moeten zijn?, en dat je er tegenover kunt stellen: eenvoud, stilte, ingetogenheid en  ja, vooruit mamma: luiheid. Ook daarover gaat De vrouw in de kelder. Zeker. Maar niet alleen daarover.

Veronika zit daar maar in haar kelder. Ze denkt, de mijmert, ze peinst. Ideeën, theorieën, herinneringen, sensaties, het is een mooi verblijf voor de lezer, daar in Veronika’s hoofd.

Niet altijd.

Ongemak groeit.

Koopman laat de lezer graag in het ongewisse. Er zijn anderen. Veronika heeft ze moeten achterlaten en haar “verdwijnen” verklaard met een verhaal over een wandeltocht in Schotland. (dacht ik weer aan Vonkie). Er is iets met een niet goed functionerende rechterhand. Er is een Andreas, iemand die niet zo maar één van de “anderen”; de achtergeblevenen lijkt te zijn. Otto, Veronika’s vader, daar is ook iets mee. De lezer zit. De lezer leest. De lezer raadt. Wat draagt Veronika met haar mee? Het verblijf in de kelder is klaarblijkelijk niet zomaar een hang naar rust en afzondering; het lijkt erop dat ze daar ook wonden wil laten helen. De lezer zit. De lezer leest. De lezer raadt.

Dan.

Tussen Veronika’s kelder en de badkamer die zij gebruikt, bevindt zich een ruimte die “de bunker” genoemd wordt, een sinister soort opslagruimte die doordat ze er een teddybeertje vindt, bij Veronika Dutroux-achtige associaties oproept. Al gauw hoort ze merkwaardige geluiden uit deze “bunker” opklinken. Kloppen. Tikken. Stommelen. Als ze gaat kijken, meent Veronika steeds een schaduw te zien wegschieten. In het boek valt dan de term poltergeist.

Wacht. Zit ik hier nu horror te lezen? Een thriller? Of, god nee het zal toch niet, het allerergste van alles, fantasy misschien, het vreselijkste zjanrûh denkbaar.

En het begon zo poëties. De eerste regels. “Wat kan ik zeggen? Diep donker hol. Veilig ietwat tochtig donker hol. Holletje. Vloer van beton, geur van grond, laag plafond, twee liggende raampjes die een fractie van het daglicht naar binnen laten. Daarachter kan ik, als ik me opricht en mijn nek strek, wat stoeptegels zien, en de mossen daartussen. Mijn handen steunen op glanzend, vrijwel onbeschadigd hout dat zweemt naar rood. Mijn sokkenvoeten wrijven over de blauw-bruine patronen van een stug maar versleten Perzisch tapijt.”; die beginregels die ik zo mooi, zo godsonmogelijk prachtig had gevonden, het ritme, de melodie ervan, regels die erom vroegen hardop te klinken, waaraan ik gehoor gaf, aan die vraag, en dus, klinken liet, luidop, in vroegte, de koffie was nog geeneens klaar, en daar klonk de poëzie van Koopmans proza, dwars door Endless vision van Hossein Alizadeh & Djivan Gasparyan heen klonk het, en het klinken en de woorden hadden me zo helemaal totaal finaal Koopmans boek in getrokken, owja, dit wil ik lezen ja, dit moet ik lezen, en niet veel later vrees ik dan ineens met een of andere esotheriese zever op handen te zitten.

De vrouw in de kelder lezen was me een schizofrene ervaring. Het is delen poëzie, delen filosofie, delen maatschappijkritiek, delen metafysica. En ik wist niet. Nee. Soms wist ik niet.

Daar is Otto. De vader. Waarom verschijnen er de laatste tijd zoveel boeken over dysfunctionele vaders? Tsja. Die Otto. Veronika voelt een grote weerzin tegen hem; reden misschien dat ze hem vrij konsekwent “Otto” noemt, en niet “mijn vader” of “pappa” of “pa”(maar dat laatste is vreselijk, ik hoop dat mijn kinderen mij nooit “pa” gaan noemen, als ze te oud worden voor het misschien lichtelijk kinderachtige “pappa” of “pap”, dan noemen ze me maar liever bij mijn naam, inderdaad, maar nooit dat lompe, dat boertige, dat afgrijselijke “pa”) (langs de andere kant noemt ze haar moeder, over wie ze veel positiever gestemd is, ook bijna aldoor Elsbeth dus pappa Otto noemen is niet per se om een zekere distantie te creëren).

Na veel, heel erg veel, een beetje teveel, allusies, krijgt de lezer dan toch, beetje bij beetje, maar alles bij elkaar wel uitvoerig, een beetje te uitvoerig misschien, het verhaal van de jeugd, en van de storende rol die Otto daarin speelde.

Wie was Otto?

Hij deed mij een soms denken aan de vader uit De buitengewoon geslaagde opvoeding van Frida Wolf van Maria Kager.

(en waarom doet De vrouw in de kelder me toch aan zoveel andere boeken denken, ja dat is ten dele beroepsdeformatie, als ik het even een beroep noemen mag, maar nu nam het toch wel een beetje abnormale vormen aan, en wat ervan te denken, ik zou denken dat het goed is als een boek, welk boek dan ook, mijn brein razen doet, als de gedachten uitwajeren, als de assosjasies over elkaar heen buitelen, maar toch begon ik te twijfelen, soms kan iets ook op van alles lijken vanwege een gebrek aan eigen gezicht) (dat Koopman me vooral aan goede boeken liet denken is dan weer het goede ding) (hoewel, goede boeken?, Vonkie…? hmm)

Otto was een vader. Lichtelijk egocentrisch misschien, wat lompig, een beetje viezig, een driftkikker, liet Veronika een glas vallen, stond hij te schreeuwen, misschien niet de meest liefdevolle vader, misschien iemand met weinig begrip voor de dingen die opgroeiende kinderen doen; Veronika denkt terug aan een jeugd die niet perse gevuld was met liefde en licht en jolijt maar het was evenmin een afgrijselijke jeugd, en mijn lezen werd gespletener nog. Is er een overtreffende trap van schizoïde, of een vergrotende zelfs maar?

Ik versta dat, onduidelijke of niet geheel gegronde wrok koesteren ten opzichte van (één van) je ouders. Luister. Ik ben geen antinaturalist maar er zijn mensen die dit ding dat leven heet een geschenk noemen. Ja. Schoon geschenk zeg. Niemand vraagt erom geboren te worden (“Als we een idee hadden van het gezin waarin we geboren worden, zouden we dan geboren worden?”, vraagt Alma Delia Murillo zich af in weer een ander boek) (welk boek?, ja natuurlijk Het hoofd van mijn vader) (Het hoofd van Vitus Bering), je wordt zomaar dit bestaan in gesleurd en toch krijg je meteen allerlei plichten over je heen gestrooid. Wettelijke plichten, sociale plichten, ethische plichten. Je moet naar school je moet een baan je moet gelukkig zijn je moet interessante dingen meemaken je moet heel veel vrienden hebben je moet aardig zijn je moet dingen over hebben voor je medemens je moet je vaccinatiebewijs je paspoort je goede zin je diploma’s je beste beentje voor je totale inzet moeite doen doorzettingsvermogen hebben & je carrièreplan klaar. Ja. Zeer schoon geschenk, dat. Je geeft mensen in feite een rekening. Maar zelfs als je dat ding dat leven heet wél een prachtig geschenk vindt, dan nog is het een geschenk dat je uiteindelijk weer afgenomen zal worden. Gemiddeld na zo’n tachtig tot drieëntachtig jaar, afhankelijk van je geslacht (of mag ik dat laatste niet zeggen, is dat heel erg onwoke om nog over geslachten te praten in deze tijd in dit jaar in dat rare konstrukt dat men “nu” heet), en als je geluk hebt, als je echt heel erg veel geluk hebt, wordt het “geschenk” je ineens ontnomen, met een ruk, terwijl je nog druk doende was te genieten en te dansen en te zingen en lief te hebben en te lachen en te drinken en te vrijen, maar, waarschijnlijker zal het veel gruwelijker gaan en wordt het geschenk in hele kleine beetjes weggehaald zodat je steeds iets minder mens wordt, alleen nog maar ziekte bent tot je, als onherkenbaar hoopje, eindelijk eindelijk eindelijk “mag” bezwijken. Dat geschenk hebben je ouders je aangedaan en dat je alleen daarom al wat wrokkig bent, versta ik. Dat versta ik zo goed.

Dan hebben ze je nog opgevoed ook. Opvoeding waarin waarschijnlijk een hele hoop mis ging, want je ouders zijn niet een God en een Godin, het zijn mensen, met zwaktes, tekortkomingen en rare neigingen. Ze waren er op essentiële momenten misschien niet, ze waren er wel toen je ze liever niet bij je in de buurt had, ze steunden je onvoldoende, ze duwden je richtingen op die je nooit op wilde gaan, ze lieten je dwalen tot je zo ver verdwaald was dat je nooit meer terug kon komen naar waar je ooit uit had willen komen, ze zeiden dingen die kwetsender waren dan ze bedoelden, ze werden kwaad om niks niemendal, je kreeg straf om iets wat je niet gedaan had maar ze wilden niet luisteren naar wat je te zeggen had, ze hadden het te druk met hun eigen levens waardoor jij slecht toekwam aan jouw behoeftes, ze gaven je af en toe het gevoel dat je een last was –

& ook mijn jeugd vol van zulke dingen, en andere nog, en al is er, zoals Veronika ook ergens benoemt, misschien helemaal geen goede reden om boos te zijn over de rol die paatje en moesje speelden toen gij een kinderken waart, ze sloegen niet ze misbruikten niet ze verwaarloosden niet, ze kleedden je, ze voedden je, ze wasten je, toch heb je en hou je die boosheid, ergens diep binnenin, ook al om dat de boosheid een goed excuus is om je ouders tot zondebok te maken voor alles wat je niet gelukt is en je misschien ook nooit meer zal lukken, later, althans dat ging bij mij zo, wordt die boosheid iets om te koesteren omdat het diepte geeft aan alles waarmee je je persoonlijkheid denkt te moeten inkleuren, en, nog weer later, is die boosheid eenvoudigweg een gewoonte geworden, iets dat er altijd is, iets waarvan je niet eens meer zou weten hoe je eraf zou kunnen geraken.

En dan ben je vijftig, en dan zijn allebei je ouders allang dood, en dan mis je ze meer dan ooit, niet alle dagen misschien maar wel toch wreed vaak, zoveel muziek nog die je met je vader zou willen delen, zoveel gesprekken nog, onzinnige en diepgaandere, die je met je moeder zou willen voeren, hoe vaak je het nog tegenkomt dat je ze zou willen bellen om iets te zeggen of te vragen of te praten gewoon maar, en dan wou je dat je toen je jonger was wat minder tijd vermorst had met die toch tamelijk ongerede boosheid.

Dat is het ene schizoïde lezen.

Maar niet alleen maar iemands zoon was ik, ook vader geworden nu, van twee mensen die ik gewoon dit bestaan heb in gesleurd, het gruwelijk schoon “geschenk” heb aangedaan, hopende, dat ze me hun geschenk nooit zullen verwijten. Of. Dat ik mens ben, en soms chagrijnig ben, slecht geslapen heb, in diep gepeins verzonken over een boek of over iets dat ik schrijven wil, net een graadje te moe uit mijn werk kom, iets vervelends heb meegemaakt, zodat ik minder kan hebben dan andere dagen, sneller boos wordt, ook ik schoot wellerus uit mijn slof, ook ik werd wellerus driftig, ook ik werd wellerus boos om dingen die ik op andere dagen als kleinigheid zou hebben afgedaan, wat gaan ze meedragen, hoe zullen ze mij herinneren, wie was het weer die schreef, was het Draaisma misschien, dat de vroegste herinnering bijna altijd een nare herinnering is omdat het brein pas goed in werking komt bij potentieel “gevaar”, onrust, dreiging, zolang alles zijn vreedzame, gelukzalige, kabbelende gangetje gaat heeft het brein geen enkele reden om alert te zijn, maar bij onregelmatigheden gaat het, mun god, bulderen, en omdat het brein toen zo overaktief werd, is de kans groter dat juist die gebeurtenissen worden opgeslagen en vastgehouden; misschien kijken mijn kinderen als volwassenen terug op een jeugd met een vader die “voortdurend” stond te stampvoeten terwijl alle liefde alle lol al het lachen alle zachtheid al het samen spelen, koken, fietsen, rennen, lezen, praten, knuffelen vergeten zal zijn want welke reden heeft hun brein eigenlijk om dat allemaal op te slaan?, neemt alleen maar ruimte in beslag en je leert er niet van hoe te overleven bij gevaar.

Dat is het andere schizoïde lezen.

Het kan onmogelijk Koopmans bedoeling zijn geweest maar mijn sympathie gaat best een beetje uit naar Otto. Ik vind dat Veronika hem wat te hard valt. Bijvoorbeeld als ze op haar vijftiende een band begint die ze Báthori noemt. Naar gravin Elisabeth Báthory. Over wie de legende gaat dat ze een seriemoordenaar was, dat ze baadde in het bloed van haar slachtoffers, naar het schijnt is ze zelfs opgenomen in het Guiness Book of Records als moordenares met de meeste doden op haar naam, de bloedgravin, Gravin Dracula, het zijn alle verhalen en als verhalen twijfelachtig maar dat maakt niet uit voor de manier waarop ze tot de verbeelding spreekt: Venom nam op hun bekendste plaat, Black metal, een liedje op dat Countess Bathory heette (god wat heb ik dat vaak uit de grond van mijn hart meegebruld toen ik een jaar of veertien, vijftien was); het geniale Sunn O))) kwam zo’n twee decennia later met het prachtige, zestien minuten durende Báthory Erzsébet (op de plaat Black one; ga hem luisteren, mensen, die plaat) (Oren Ambarchi is speciale gast, kan ik een betere aanbeveling geven?); en Quorthon (ook hij nu dood) noemde ook zijn band Bathory – en daarnaast zijn er natuurlijk ook nog talloze films over de gravin gemaakt.

Otto, die in die jaren, niet geheel naar wens van Veronika, als chauffeur fungeert voor haar band, vraagt na een optreden eens naar het waarom van deze bandnaam. Waarom zou je je band noemen naar iemand die zulke dingen op haar geweten heeft? Veronika schaamt zich voor haar vader, wat begrijpelijk is, het is natuurlijk ook een beetje een zeikopmerking, tiepies zoiets waar bekrompen & kleingeestige oude mannen mee zouden komen (één van de bandleden probeert de diskussie nog aan te gaan door in het midden te brengen dat het helemaal niet zeker is dat gravin Bathory alles gedaan heeft waarvan ze beschuldigd werd), er is een hang, in schilderkunst, in literatuur, in film, in muziek, naar het duistere, naar moord, naar dood, naar ellende; als je daar geen gevoel voor hebt, en het louter rationeel benadert, heeft dat iets barbaars, maar dan kun je misschien wel alle kunst die ooit gemaakt is wel weggojen (oké dat laatste is misschien een weinig overdreven). Een beetje lacherig vraagt Veronika zich af of de leden van Napalm Death, Marilyn Manson of Joy Division met hun familieleden ook diskussies hebben moeten voeren over het onethische van hun bandnaam (een lijst die Koopman nog wel drie pagina’s door had kunnen laten gaan). Ja echt weer zo’n vader die er niks van begrijpt. Goed, maar als Elsbeth, over wie Veronika als gezegd veel positiever is (zonder dat daar in mijn ogen nou echt een goede reden voor is), wanneer Veronika naar de kunstacademie wil, met de net zo bekrompen, net zo kleingeestige, net zo ouwelijke opmerking komt dat er met tekenen “geen droog brood te verdienen valt”, “voorspelbaar maar niet onterecht” heet dat dan in De vrouw in de kelder, neemt Veronika die kritiek ter harte en gaat ze samen met Elsbeth op zoek naar een compromis. De gedachtegang over alle bekende maar in eerste instantie misschien sappelende tekenaars die om zo’n truttige opmerking alleen maar zouden lachen, blijft Elsbeth bespaard.

En ik, vader, zoon, dacht even dat Otto moedwillig op achterstand gehouden moest worden, en dat Elsbeth al sowieso geen kwaad kon doen, en weeral schoof mijn sympathie een beetje meer zijn kant op.

Reflekterend op het lezen vroeg ik me af of Koopman nu wel of niet op deze reactie uit was. Hoe ook, als Veronika op het eind met meer liefde, meer warmte, meer compassie aan Otto denkt, sorteert het maximaal effect. Zonder het voorgaande was ik door die laatste pagina’s lang niet zo ontroerd geweest.

Een ander ding. Informatiespreiding. Het is de meest probate (ha! daar had ik bijna gezegd: afgezaagde) truuk om de aandacht van de lezer vast te houden, waarschijnlijk zoiets waaraan een hele module gewijd wordt op schrijversvakscholen. Laat de lezers steeds weten dat zij alles nog niet weten. Wijs vooruit, maak allusies, geef speldenprikjes, strooi kruimels, wek vermoedens. Normaal hou ik er wel van als een schrijver me kortere of langere tijd (liefst wat langer) in het duister laat tasten, maar Koopman kent weinig maat. We krijgen uitvoerig, zeer uitvoerig, het verslag van Veronika’s ziekte, de nasleep ervan, het gedoe -in de vorm van een heus schandaal- op de school waar ze docent beeldende vorming is, de problemen die rijzen tussen Veronika en haar vriend Andreas, en alles, steeds, in horten en stoten, naar voren grijpend, en dan weer terug, ergens vermoeide deze manier van vertellen me, het wekte, allengs, een heel klein beetje ergernis, maar langs de andere kant werkte het wel (weer, ook): ik bleef, gejaagd, dorstig, gretig doorlezen.

Dat is het volgende schizoïde lezen.

Wat zeggen wil.

De vrouw in de kelder is een éénademuitboek, het snijdt de nodige belangwekkende thema’s aan (ziekte, dood, ouderliefde, misogynie, autonomie), het is bij momenten zeer poëties, soms duister op prachtige wijze. Het kan ook zeuren, drammen, ongemakkelijk doen voelen, en, een heel klein beetje vermoeien. Er komen zo ontzettend veel moje boeken uit en een mens kan ze onmogelijk allemaal lezen. De vrouw in de kelder is niet het beste of het opmerkelijkste boek dat ik in de voorbije maanden -of zelfs weken- heb gelezen, er zijn andere boeken die mooier, verpletterender, aangrijpender zijn. Maar mocht u zich de komende maanden terugtrekken in uw kelder (of uw badkamer) en genoeg tijd hebben voor grote stapels leesvoer, dan is er geen enkele reden om De vrouw in de kelder niet mee te nemen.

Emy Koopman De vrouw in de kelder

De vrouw in de kelder

  • Schrijfster: Emy Koopman (Nederland)
  • Illustraties: Moniek van de Pas
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Verschijnt: 25 februari 2025
  • Omvang: 272 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe roman van Emy Koopman

Een tekenlerares die niet meer kan tekenen, trekt zich terug in een kelder. Om zich te verschuilen in het donker. Om de dingen helder te krijgen. Waarom heeft ze zo bruusk gebroken met haar oude leven? Ze praat tegen een stenen ei, en tegen de lege pagina. Maar werkelijke afzondering blijkt onmogelijk. Om een opdringerige schim het zwijgen op te leggen, moet ze zich verhouden tot haar weerzin tegenover haar vader en het ouderschap. In deze fonkelende nieuwe roman ontvouwt Emy Koopman een stoutmoedige en eigenzinnige blik op verlies en zelfbeschikking.

Emy Koopman is geboren op 1 januari 1985 in Groningen. Ze is schrijver en journalist. In 2016 debuteerde ze met de roman Orewoet, gevolgd door Het boek van alle angstenTekenen van het universum en Kindertrein uit Boedapest (∗∗∗∗, uitstekend). Haar boeken werden genomineerd voor o.a. de Bronzen Uil, de Fintro Literatuurprijs, de Boon Literatuurprijs en de BNG Literatuurprijs. In 2020 presenteerde ze de tv-serie Paradijs Canada.

Bijpassende boeken en informatie

Annemieke Dannenberg – Kleine heilige dingen

Annemieke Dannenberg Kleine heilige dingen recensie en informatie van de inhoud van de debuutroman van de Nederlandse schrijfster. Op 25 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij Lebowski de eerste roman van de uit Nederland afkomstige schrijfster Annemieke Dannenberg. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Annemieke Dannenberg Kleine heilige dingen recensie en informatie

  • “Een gevoelig meisje in een gelovige omgeving ervaart God, maar dan anders. Annemieke Dannenberg houdt dit mooie verhaal wijselijk klein, maar wat laat ze haar personage veel ontdekken!” (Franca Treur)
  • “Humor en religie, werkelijkheid en waanzin, liefde en een slang. In Kleine heilige dingen dirigeert Dannenberg schijnbare tegen stellingen tot nieuwe muziek.” (Simone Atangana Bekono)

Annemieke Dannenberg Kleine heilige dingen

Kleine heilige dingen

  • Auteur: Annemieke Dannenberg (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse debuutroman
  • Uitgever: Lebowski
  • Verschijnt: 25 februari 2025
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 22,99 / € 11,99 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de eerste roman Annemieke Dannenberg

Judith woont samen met haar moeder in een flat van de kerk. Ze zit in haar eindexamenjaar en wil graag naar het conservatorium. Op haar cellodocent na, komt Judith alleen maar in contact met strenggelovige mensen: op haar evangelische school, in de kerk of bij de Alpha-cursus. Totdat ze bij de frietboer Dorian ontmoet en haar hele wereld op z’n kop wordt gezet. Deze eerste grote liefde ontketent een strijd tussen intuïtie en het verlangen om bij de gemeenschap te horen. De grens tussen religieuze extase en waanzin wordt flinterdun, terwijl Judith zich haar toekomst probeert voor te stellen.

Annemieke Dannenberg is geboren in 1993. Ze is schrijver en geestelijk verzorger. Ze publiceerde korte verhalen in onder andere De Revisor en op Hard//Hoofd, en trad op diverse podia op. Kleine heilige dingen is haar debuutroman.

Bijpassende boeken

Nadia de Vries – Overgave op commando

Nadia de Vries Overgave op commando recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster. Op 22 april 2025 verschijnt bij Uitgeverij Pluim de tweede roman van de uit Nederland afkomstige schrijfster Nadia de Vries. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Nadia de Vries Overgave op commando recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Overgave op commando, de nieuwe roman van Nadia de Vries, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Nadia de Vries Overgave op commando

Overgave op commando

  • Auteur: Nadia de Vries (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Uitgeverij Pluim
  • Verschijnt: 22 april 2025
  • Omvang: 220 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de tweede roman van Nadia de Vries

Schelvis groeit op onder de rook van de staalfabriek in een klein dorp aan de kust. Alle dorpelingen werken in de fabriek, of in een van de omliggende magazijnen, tot aan hun dood. Maar Schelvis en hun vrienden dromen van een ander lot: ze willen geen dienaars, maar meesters worden. De grote stad lijkt mogelijkheden te bieden.

Lukt het Schelvis om los te breken? En hoe radicaal moet hen daarvoor zijn? ‘Overgave op commando’ gaat over het verschil tussen mensen die hun lot mogen kiezen en mensen die hun lot moeten ondergaan.

Nadia de Vries (1991) debuteerde in 2022 met De bakvis. Het boek haalde de longlist van de Libris Literatuur Prijs 2023 en de Boekenbon Literatuurprijs 2022, en verscheen in 2024 in het Engels als Thistle. Eerder schreef De Vries het essay Kleinzeer (2019) en drie Engelstalige dichtbundels. Ze is redacteur bij tijdschrift nY.

Bijpassende boeken en informatie

Rick Zaal – Het land van Hrabal

Rick Zaal Het land van Hrabal recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Nederlandse roman. Op 19 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers de nieuwe roman van de uit Nederland afkomstige schrijver Rick Zaal. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijver en over de uitgave.

Rick Zaal Het land van Hrabal recensie en informatie

  • “Dit boek heb ik met plezieren bewondering gelezen. […] Het land van Hrabal is een geslaagd voorbeeld van een in Nederland weinig beoefend subgenre van de literatuur: de vol bewondering vertellende essayistiek, die vreemd genoeg toch een heuse roman wordt.” (Chrétien Breukers)

Het land van Hrabal recensie van Tim Donkers

Maar in eerste instantie dacht ik toch aan Zaal Over De Vloer. Dat was een programma. Ooit. Ik herinner me eigenlijk niet waar het over ging, niet eens of ik het ooit gezien heb. Maar wel dat het een programma was, op televisie, en dat maakt Rik Zaal een televisiemaker en dus, in mijn ogen, wat suspect. Kan dat? Mag dat nog? In deze tijd? Of is dat snobisties of ouwerwets of treurig of onzinnig of dom of een achterhoedegevecht tegen een medium dat steeds meer aan belang inboet? Hoe ook. Iets in mij komt in verzet bij mensen die graag met hun harses op de buis verschijnen (buis, ook alweer zoon archaïsme). Iets in mij zou dus niet zo snel een boek van Rik Zaal oppakken. Maar iets buiten mij reikte me Het land van Hrabal aan. En wat ik aangereikt krijg, dat lees ik. Hier ook al omdat ik, zo dacht ik, Bohumil Hrabal wel een goede schrijver vind.

Of.

Naja.

Is dat zo? Ik zoek, heb ik werk van Bohumi Hrabal in mijn boekenkast, ik vind niet, komaan, op zijn minst moet er iets van hem, een novelle of een verhaal of toch één of ander geschrift, zijn verschenen in de Moldaviet-reeks van Voetnoot, ik zoek, ik vind niet, al die reeksen van Voetnoot liggen doorheen het hele huis verspreid, mijn huis is te klein voor al die boeken, ik sleep ze naar overal, precies ook van die kleine boekjes die je overal lezen kunt en die ik dus op de meest bizarre plekken achterlaat, er zit wel een soort logica in geloof ik, een algelezenstapel en een nogtelezenstapel maar die logica wordt nog wel eens geweld aan gedaan, ik ga er voorlopig van uit dat ik Hrabal gelezen en gewaardeerd heb maar na mijn aanvankelijke enthousiasme om de titel heeft de twijfel toch weer toegeslagen.

Een televisiemaker en een schrijver die ik bij nader inzien misschien toch niet gelezen heb, is dat wel zoon ideale kombinasie, maarja, het is op de stapel geraakt en één ijzeren gebod heb ik mezelf ten aanzien van die stapel gesteld: elk boek dat op bespreektafel terecht komt, geef ik een kans, soms een hele kleine, maar een paar pagina’s toch zeker, of naja, eentje in ieder geval.

Meer heeft Zaal ook niet nodig. Briljant vanaf de eerste regels. En omdat ik zelfs nu ik deze woorden tik op mijn laptop altijd nog twijfel of ik Hrabal überhaupt wel ooit gelezen heb, vond ik het nogal grappig dat het op de eerste bladzijde al meteen ging over falende geheugens, een onderwerp dat in Het land van Hrabal geregeld terugkeert, veelal in dezelfde bewoordingen, met dezelfde zinnen, en ik hou van herhaling, ik hou van literatuur met ritme, ik hou van boeken die zingen en steeds weer tot eenzelfde refrein terugkeren.

Een schrijver met een falend geheugen dus, schrijft over Bohumil Hrabal, en over Praag, en al wie hij daar gekend heeft, over communisme, over totalitarisme, over echte en onechte landen. Die schrijver zou Rik Zaal kunnen zijn, ware het niet dat de ik zichzelf op zeker moment onthuld als Hendrik Terpstra. Die ooit een kinderboek schreef, Maan zonder bomen geheten. Maar debuteerde met een roman voor volwassenen. Ontbijt om half tien, zo heette dat debuut. Een duidelijke knipoog naar Biljarten om half tien  (Böll wordt, weliswaar vrij terloops en in een totaal ander verband, notabene nog genoemd in Het land van Hrabal), al was bij mij Ontbijt in het vilbeluik een sterkere associatie. Maar dat kan Zaal niet op het oog hebben gehad (zou Rik Zaal wel eens wat van Jean-Marie Berckmans gelezen hebben?).

Geen autobiografies geschrift dus? Een niet-bestaande schrijver? Maar The Plastic People of the Universe bestaat wel. En Ivan Martin Jirous bestaat (en het Agon Orchestra bestaat) (en DG 307 bestaat). En Praag bestaat. En Arnon Grunberg bestaat. En schrijversvakscholen bestaan. En Jarosalev Hašek bestaat. En Václav Havel bestaat (waarom moet ik als ik aan Václav Havel denk, altijd meteen aan Annette denken?) (Annette, hoe zou het daarmee gaan?) (zelfs pas in twede instansie denk ik bij Havel aan Zappa).

Er is zoveel dat bestaat waaraan een niet-bestaande man kan denken. Denkt, hier. In dit boek.

Noem Het land van Hrabal een roman, autofictie, een novelle, een ode, een mijmering. En je kunt het zelfs even voor science fiction houden, als “Hendrik Terpstra” het op enig moment heeft over “de jaren zeventig van de eenentwintigste eeuw” maar ik hou het er liever op dat dat een verschrijving is, een verspreking, een verdenking liever, wie was het weer die zei als je je verspreken kan kun je je ook verdenken, ik peins dat dat Stephen Jay Gould was maar het kan ook Freeman Dyson geweest zijn, naja een struikeling van de geest, een geest die in Het land van Hrabal rent en rent en rent, het vertrekpunt is dan misschien wel Hrabal, maar Zaal ofnee p’don ik bedoel natuurlijk Terpstra staat zich menig een terzijde toe, en terzijdes binnen terzijdes, feitelijk is het boek één lange terzijde, een terzijde dat stroomt, gulpt, komt, blijft komen, als iemand die vijf kwartier in een uur moet vol kletsen, ja geklets mag je zeggen, zever misschien, maar: briljante zever (als Luc de Vos, ook hij nu dood, ooit zei over het werk van JMH Berckmans, ook hij nu dood) (en gesproken van briljant, aan Briljante man moest ik soms ook denken) (kwam dat door de snelheid van gedachten of alleen maar door dat tankverhaal) (hoe geniaal is dat tankverhaal, dat moet je lezen, alleen al om dat tankverhaal zou je Het land van Hrabal moeten lezen) (toen ik Briljante man las dacht ik niet aan Het land van Hrabal maar aan Lobola voor het leven) (maar toen ik Lobola voor het leven las dacht ik aan Aannex) (maar toen ik Aannex las dacht ik aan Door het oog van de cycloon).

Wat Het land van Hrabal zo sterk maakt, wat het meer maakt dan zomaar wat gemijmer over een favoriete schrijver, is de manier waarop Zaal/Terpstra het particuliere aan het algemene paart. Zo komt hij tot een theorie over wat hij echte en onechte landen noemt. Echte landen zijn landen waar een of ander totalitair regime heerst; keuzevrijheid is beperkt, zodat alles wat mensen doen of niet doen een zekere lading krijgt en vrijwel elke gebeurtenis een “echte” gebeurtenis heten mag. Onechte landen zijn “vrij”; in een onecht land maak je misschien je hele leven niks mee. Het geheugenverlies van Terpstra wordt gelegd naast een min of meer “gedwongen” geheugenverlies dat mensen in echte landen af en toe zullen moeten voorwenden, om hun geweten te sussen. Waar je onder continue druk staat, is geweten een luxe die op bepaalde momenten buiten bereik kan blijven. Vergeet dat geweten soms maar. Voor je eigen veiligheid, voor een heel klein beetje gemak, of, zoals in Hrabals geval, om te kunnen blijven schrijven. Dat geheugen van Terpstra geeft eerst misschien nog te lachen, pagina’s later komt het geheugen in een ander, veel indringender licht te staan – hoe recht zou u uw rug kunnen houden als u in een  politiestaat woonde, hoe graag zou u nog terug denken aan de “foute” dingen die u in uw politiestaat deed als uw land, later, weer meer “vrijheid” toe liet, misschien zoiets als een “democratie” werd?

Niets aan Hrabal blijft bij Hrabal, ook diens levenseinde krijgt een breder perspectief. Over defenestratie gaat het dan, en zelfdefenestratie, over Kafka, of, allengs, over iedereen die van de vijfde gesprongen is, “iemand die ik niet ken [die] in Parijs van de vijfde verdieping gesprongen is”, bijvoorbeeld, en dan staan mijn gedachten inmiddels ook niet langer stil, zo werkt dit lezen, Zaal laat het brein van zijn lezers onophoudelijk overkoken, en raas ik naar Parijs, raas ik naar Deleuze, zie ik mij voor een paar minuten bezig om op te zoeken van welke verdieping Gilles Deleuze gesprongen is, een nogal bizarre zoekvraag, maar bizarrer nog vond ik dat de eerste “hit” die ik op die zoekvraag kreeg, een artikel was over diverse soorten sprongen in de balletkunst. Waardoor ik ging denken aan ballet en aan Spiegel im spiegel, aan Dregke, aan t schrijverken, aan personages die een eigen leven willen leiden, aan overlappende werkelijkheden, of het alles als alsof, aan Hans Vaihinger, en toen vroeg ik me af of iemand al ooit iets had geschreven over de vraag of filosofen bovengemiddeld vaak een snor hebben.

Nee, Het land van Hrabal is geen meesterwerk. Het is een ritje in een hogesnelheidslijn, vermakelijke ernst, bloedserieuze flauwekul, het brengt aan het lachen, het zet aan het denken, het is een bijzonder prettige manier om je namiddag mee stuk te slaan. Het is geen boek dat je per se niet mag missen, maar als je het gelezen hebt ben je wel heel erg blij dat je het niet gemist hebt.

Rick Zaal Het land van Hrabal

Het land van Hrabal

  • Auteur: Rick Zaal (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 19 februari 2025
  • Omvang: 144 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe roman van Rick Zaal

Rik Zaal verrast met een absurdistische Boheemse rapsodie in een
stijl die eer betoont aan de beroemde Tsjechische schrijver Bohumil
Hrabal. Praag voor en na de Fluwelen Revolutie. Is het mogelijk om
niet te collaboreren in een politiestaat?

Een Nederlandse schrijver met geheugenverlies probeert zich zijn ontmoeting met Bohumil Hrabal te herinneren, de Tsjechische
schrijver die hij bewondert en van wie hij graag literaire tips wil krijgen. Hij sprokkelt dagboeken, krantenknipsels en oude agenda’s bijeen en raakt verdwaald in verhalen vol absurde belevenissen en hevige dilemma’s van zijn Tsjechische vrienden in de destijds door de Russen gecontroleerde wereld achter het IJzeren Gordijn. Het brengt hem op zijn Theorie van Echte (Tsjechië) en Onechte (Nederland) Landen. In Echte Landen is het geweten een luxeproduct. De vraag is of dat ook geldt voor het geheugen.

Een meanderend verhaal over geheugen en geweten, aan de hand van talrijke reizen en vriendschappen in Oost- en Midden-Europa tussen 1980 en 2020.

Rik Zaal is geboren op 1945 in Groningen. Hij is onder meer programmamaker, journalist en schrijver. Hij publiceerde reisboeken
(bij De Arbeiderspers: Spanje, Heel Nederland en Het binnenland van Spanje) en literair werk zoals de essaybundel Zeventig en de roman Verlorenzoon.com.

Bijpassende boeken en informatie

Alex Boogers – Over Otis

Alex Boogers Over Otis recensie en informatie over de nieuwe novelle van de Nederlandse schrijver en de prequel van de roman Alleen met de goden. Op 18 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij Hollands Diep het nieuwe boek van de uit Nederland afkomstige schrijver Alex Boogers. Hier lees je informatie over de inhoud van de novelle, de auteur en over de uitgave.

Alex Boogers Over Otis recensie en informatie

  • “Dit was nu een ideaal boekenweekgeschenk geweest!” (Jeroen Vullings)

Alex Boogers Over Otis

Over Otis

  • Auteur: Alex Boogers (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse novelle
  • Uitgever: Hollands Diep
  • Verschijnt: 18 februari 2025
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 10,00 / € 11,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de novelle van Alex Boogers

Als er een verwaarloosde, naamloze pitbull wordt gevangen en wordt binnengebracht bij het dierenasiel waar de jonge Aaron Bachman een bijbaantje heeft, lijkt het lot van de verwilderde hond bezegeld: levenslang, zonder enige kans op vrijlating. Toch weigert Aaron hem op te geven, ondanks het commentaar van de oude Nelis, die het asiel bestiert en het dier een ‘monster’ noemt. Aaron probeert van achter het traliewerk zijn aandacht te zoeken en geeft hem een naam: Otis. Tegelijk beseft hij dat de hond een onbekend verleden heeft en misschien wel beter luistert naar een andere naam, als hij al ooit een naam had.

In Over Otis maken we kennis met Otis, de pitbull uit Alex Boogers’ overweldigende coming-of-ageroman Alleen met de goden. In deze ontroerende novelle, die als een prequel leest, leren we de geschiedenis kennen van een hond die ooit een andere naam had en die de lezer met zijn verhaal op humoristische en tegelijk tragische wijze meer leert over de mens.

De novelle Over Otis is trouwens eind 2022 door de Marketingploeg als relatiegeschenk gegeven aan de klanten van het bedrijf.

Alex Boogers is geboren op 14 juni 1970 in Vlaardingen. Hij debuteerde in 1999 onder het pseudoniem M.L. Lee met Het boek Estee. Drie jaar later debuteerde hij met Het waanzinnige van sneeuw onder zijn eigen naam. Sindsdien is hij een vaste waarde in de Nederlandse literatuur. In 2016 werd Alleen met de goden bekroond met de Nederlandse Boekhandelsprijs en stond die roman eveneens op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs.

Bijpassende boeken en informatie

Marjolein Visser – Hou je stil

Marjolein Visser Hou je stil recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Nederlandse roman. Op 18 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Geus de roman van de uit Nederland afkomstige schrijfster Marjolein Visser. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Marjolein Visser Hou je stil recensie en informatie

  • “Hartverscheurend maar nimmer sentimenteel. Een goed afgehechte novelle die je niet licht vergeet.” (NRC ∗∗∗∗ over Restmens)
  • “De Verboden Duinen doet iets wat alleen heel goede boeken doen: het geeft je het gevoel dat je er een vriendschap bij cadeau krijgt.” (Jaap Robben)

Marjolein Visser Hou je stil

Hou je stil

  • Auteur: Marjolein Visser (Nederland)
  • Soort: Nederlandse roman
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 18 februari 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe roman van Marjolein Visser

De teruggetrokken, uit Mexico gevluchte Alex loopt stage op een Nederlandse universiteit en probeert te redden wat er te redden valt. Om te leven moet hij praten, om te overleven juist niet.

Hou je stil is een meeslepende roman over dichte grenzen en grenzeloze moed, over de kracht van taal en het troebele onderscheid tussen daders en slachtoffers.

Alle personages in dit boek zijn verzonnen. De feiten niet.

Marjolein Visser is geboren in 1989. Ze werkte onder meer als psycholoog in opleiding in een traumakliniek voor vluchtelingen, als onderzoeker naar asielbeleid en richtte ‘De Schrijfwerkplaats voor Nieuwkomers’ op. Voor deze roman deed ze drie jaar lang onderzoek in Nederland en Mexico.

Bijpassende boeken en informatie