Categorie archieven: Nederlandse dichters

Marc Kregting De vriendelijke mens

Marc Kregting De vriendelijke mens recensie van Tim Donker en informatie over de inhoud van het nieuwe boek van de in België woonachtige Nederlandse dichter. Op 16 november 2023 verschijnt bij uitgeverij Het Balanseer de nieuwe dichtbundel van Marc Kregting. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de recensie van Tim Donker en over de uitgave.

Marc Kregting De vriendelijke mens recensie

Marc Kreging ademt. Hij ademt tekst. Hij wolkt woorden. Hij leeft zinnen. Of is het koffie misschien?

Bijkans geloofde ik het niet. Dat hij al publiceert vanaf 1994 bedoel ik. Wanneer kwam hij in mijn blikveld? Ruim na de millenniumwende, dat is zeker. De kennenlering vond via nY plaats. 2009 ofzo. Toen nY nog goed was. Of beter. Veel beter. Een gebruikershandleiding van koffie was hat meen ik, terugkerende bijdragen van Kregting toen. Maar ik weet niet meer zeker of het nu wel echt over koffie ging. Wel dat er een personage in voor kwam dat in koffiegerelateerde reclameslogans sprak. Een lepeltje completa in de koffie. Zulke dingen.

Kregtings teksten zijn altijd in transitie. Als hijzelf. “Ik ben een West-Noord-Brabantse auteur.” schreef hij ooit, in datzelfde nY, maar dan later, 2017, de neergang was al in gezet maar nog lang niet volledig. “Ik werk voor België. Ik werk in Vlaanderen. Ik zal dan wel een Hollandse auteur zijn. Ik schrijf in de Nederlandse taal. De Nederlandse taal is niet helemaal het Laaglandse volk. Er zijn Laaglanders die in andere talen bestaan. Het Nederlands schampt auteurs, taal is een taal wanneer ze een levende taal is, de auteur mag de taal dan bezielen en de taal levend kaatsen, maar de taal is al levend, ze is zelfs banaal.” Schreef hij, schreef Marc Kregting, in reactie, geloof ik, op een beetje rare beetje nationalistiese woorden van Christophe Tarkos maar ik vond de reactie van Vicky Franken beter (die van Jan Lauwereyns viel me tegen) (Je bent een Japanse dichter) (veel later, in retrospekt alsnog opvlammend in het verblindende licht van het geniale Ik ben een Japanse schrijver van de Haïtiaans-Canadese schrijver Dany Laferrière) (wordt dat nog in het Nederlands vertaald, Rokus?).

Teksten. Woorden. Gedichten. Essays. Mengvormen. Wat het is. Kregting lijkt het zelf niet te weten. Te boek gesteld heet het bijvoorbeeld “catechismen”, of “confrontaties”, of “opinismen”. Ik dacht Zoem! in mijn bezit te hebben, wat “evoluties” zouden zijn maar na onderstebovenkering van mijn boekenkast vond ik het niet, zou ik het weggegeven hebben misschien, dat deed ik soms, vroeger, ooit, boeken weggeven als ik het woord wilde verspreiden. Wel vond ik het “vluchtstroken” genoemde Dood vogeltje (de terminologie deed me aan Vluchtautogedichten denken). Waren dat prozagedichten? De verzamelde ideeën en wederwaardigheden van een personage dat dood vogeltje heette? Was het filosofie proza poëzie? Of toch maar “vluchtstroken”?

Transgressieve literatuur.

Overgangen.

Wordend.

Wat het is. Je kijkt. Maar wat het is, is al weer iets anders als je kijkt (en niet alleen omdat het gezien transformeert onder/door het zien).

Wat is De vriendelijke mens? Ik zou gokken op een prozagedicht. In Kregtings buigzame taal. Het buigt en barst niet en breekt niet, maar is rekbaar genoeg: “Pas op, Senseo Planvacuüm serveert eerlijke kost, geen pizza’s van de Corner Ping Pong, en aan het vat vol tegenstrijdigheden dat eenieder heet te zijn heeft ook de vriendelijke mens gelurkt, en hij is niet Peleus’ zoon over wie dochterlief hem al had bijgepraat, al die dingen willen niet zeggen dat schuim hem nimmer op de randen.”, heet het hier, en: “Dus echt man, een syndicaat, geen traan om te laten, de vriendelijke mens weet patent hoe de hazen lopen, rond de zuilen toen hij daar was en de walrus praatjes had, over dit en dat en de naam Solidarnosé op ieders lippen, aan de werven maar klippen, want natuurlijk, aangeworven als geheim agent, walrus wist van niks, poeh, om te huilen.” daar.

Dit.

De woorden, de buigaamheid.

De vriendelijke mens. Is mens. Is man. Is vader. Of is they / their. Is de ouder van een dochter. Op een gewone namiddag, echt doodgewoon, is hij gezien op strookje en kassei, ergens in Patatonië. Hij doet iets op zalen bij Senseo Planvacuüm, een iets dat zijn werk zou kunnen zijn.

De woorden & de zinnen die te denken en soms te lachen geven: “Op de mat ligt iets te liggen, ziezo, een brief of een kaart met heil, geachte vriendelijke mens, wij troffen u niet thuis, wilt u per omgaande ons verwittigen van uw bestaan, met beleefde groeten enzovoorts, en hij denkt aan haar die vond de medicinale waarheid, incluis de teil voor het procesmatig orgaan, gekeelde biggen naar de planmäβige Abfahrt.”

De vriendelijke mens begrijpt niet alles, niet van gerechtelijke schrijvens of achterstallige betalingen of dingen in brieven, de vriendelijke mens beheerst de taal niet helemaal, hij kwam van elders, helemaal van Polen misschien en de vriendelijke mens wil gewoon vriendelijk zijn en leven, maar leven vooral, overleven, een bestaan voor hemzelf en voor zijn dochter, de volgende dag halen, en voor haar zoveel mogelijk volgende dagen sparen, misschien zijn een paar extra diensten bij Senseo Planvacuüm wel het antwoord, extra diensten bovenop extra diensten.

Uit de veelkoppige maatschappij die de vriendelijke mens ternauwernood of helemaal niet begrijpt ziet hij af en toe al eens een onbeantwoordbare vraag opdoemen; een toekomst vol vooruitgang, hoe de oudtestamentische god en hoe Lenin; hoe verschilt schaap van ezel (zijn scheermes van dat van Ockham?) maar dan grijpt hij gauw naar zijn strik, het is alweer bijna Pasen, hij oefent zijn lach die schaapachtig heet in dit gewest, want je denkt desnoods maar zegt nimmer nee, niet de vriendelijke mens toch, die zegt hooguit wish you a very merry fistfuck of hij zegt pomoc idź stąd tegen drie mannen die hem tegenhouden en ga terug naar je toendra tegen hem zeggen.

(misschien gaard hij zich melancholiek als de schaar knipt, en ballen vallen in rulle aarde)

(met schijnende regen, met gietende zon)

(en jimmy sommerville is een geschenk in Pindakazië)

Allengs wordt de post voor de vriendelijke mens dwingender: hij moet binnen zeven dagen op het kantoor verschijnen, anders volgen er juridische stappen. Misschien haalt de vriendelijke mens het eind van de vertelling niet. Misschien moet ik niks zeggen. Alleen maar dat er gelukkiger tijden waren ooit, met dochter, met vrouw, op fietsen naast elkaar.

Het is hermetisch het is abstract flauwzinnig recht voor de raap prachtvol verstild aktivisties meeslepend vervreemdend zangerig mooi grappig grillig kronkelend woekerend wijsgerig ikonoklasties banaal boventalig, het is onnavolgbaar, het is Kregting, en het is weer onvergetelijk.

En het lezen explodeert daar vlak onder je ogen.

Recensie van Tim Donker

Marc Kregting De vriendelijke mens

De vriendelijke mens

  • Auteur: Marc Kregting (Nederland)
  • Soort boek: gedicht, poëzie
  • Uitgever: Het Balanseer
  • Verschijnt: 16 november 2023
  • Omvang: 32 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Marc Kregting

Marc Kregting vertelt in De vriendelijke mens over een migrant die na de val van de Muur naar het westen kwam. Hij beproefde zijn geluk in het land Patatonië. Daar nam hij elke klus aan.

Nu zit hij alweer jaren bij cateringbedrijf Senseo Planvacuüm. Collega’s zijn van dezelfde generatie als zijn dochter die hij in zijn eentje heeft opgevoed. Die studenten houden zich bezig met onbegrijpelijke kwesties als rechten.
De vriendelijke mens snapt hen niet. Hij wil gewoon werken, voor de toekomst van zijn oogappel. Ook krijgt hij brieven. Ze stellen dat ze hem niet thuis hebben aangetroffen en reppen van achterstallige betalingen.
Hoe lost de vriendelijke mens dit op? Vooralsnog verdubbelt hij zijn inspanningen. Voor zijn dochter? Vergeet hij niet iets?

Na meer dan tien jaar dichterlijk zwijgen neemt Kregting de draad van poëzie op. Met horten en stoten en tegelijk lyrisch ontvouwt hij een globaliseringsdrama. De vriendelijke mens wil onontkoombaar zijn in overgave en blindheid.

Bijpassende boeken

Judith Herzberg – Bijna 50 Hopla’s

Judith Herzberg Bijna 50 Hopla’s recensie en informatie over de inhoud van het boek met nieuwe ultrakorte gedichten van de Nederlandse dichteres. Op 25 april 2024 verschijnt bij uitgeverij De Harmonie de nieuwe bundel met poëzie van dichteres Judith Herzberg. Hier lees je informatie over de inhoud van de bundel met hopla’s, de schrijfster en over de uitgave.

Judith Herzberg Bijna 50 Hopla’s recensie

Als er in de media aandacht wordt besteed aan Bijna 50 Hopla’s de nieuwe bundel van Judith Herzberg of er verschijnt een boekbespreking of recensie, dan wordt er op deze pagina aandacht aan besteed.

Judith Herzberg Bijna 90 Hopla's

Bijna 50 Hopla’s

  • Auteur: Judith Herzberg (Nederland)
  • Soort boek: dichtbundel
  • Uitgever: De Harmonie
  • Verschijnt: 24 april 2024
  • Omvang: 88 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 17,90
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel met ultrakorte gedichten van Judith Herzberg

Bijna tien jaar geleden introduceerde Judith Herzberg de hopla in Nederland: een ultrakort gedichtje van vier of vijf regels, al dan niet op rijm. Nauwkeurig en raak geformuleerd, op luchtige toon, zoals alleen Judith Herzberg dat kan. In het woord ‘hopla’ ligt het speelse en spontane van de gedichten besloten, door Literair Nederland ‘mozaïekjes van melodieuze spreektaal’ genoemd. Bijna 90 Hopla’s is het derde deel in deze opvallend vormgegeven reeks.

Judith Herzberg Jo recensieJudith Herzberg (Nederland) – Jo
herinneringen, memoir
Tim Donker recensie: Waarom waarom water, waarom waarom zij, waar het werk van nachtschrijvende debutanten is, waarom het niet hier is, waarom de blik rust, wat de eigenheid ervan is; en ja, dacht ik, ja, mevrouw Herzberg, er is wel iets van aan en dankbaar was ik vooral voor de stilstand…lees verder >

Bijpassende boeken

Maaike de Wolf – De dansvloer is van iedereen

Maaike de Wolf De dansvloer is van iedereen recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe dichtbundel. Op 9 april 2024 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers de nieuwe dichtbundel van Maaike de Wolf. De dichtbundel het als titel De dansvloer is van iedereen. Hier lees je informatie over de inhoud van de nieuwe bundel met gedichten, de dichteres en over de uitgave.

Maaike de Wolf De dansvloer is van iedereen recensie van Tim Donker

Een debuutbundel met opstartproblemen.

Nu zit je. Er was terras, er was een lunch aan het kanaal, je had toch de sardienenpaté moeten nemen, je wist het eigenlijk wel, nu zit je hier, in eigen huis, met eigen koffie, met Julien Baker op de steerjoo en Maaike de Wolf voor je op tafel, haar bundel, je las hem net, je las hem eerder, je zit en vangt ten spreken aan en je zegt Een debuutbundel met opstartproblemen en voor een sekonde of twee ben je tevreden want voor een sekonden of twee vind je dat een moje vondst.

Maar de pagina blijft wit en je had dat niet moeten zeggen.
Je had de sardienenpaté moeten nemen en je had dat niet moeten zeggen.
De pagina blijft wit want je had dat niet moeten zeggen.

Het gaat om het wit. Het gaat om een handvol enthymema’s misschien. Het gaat om het zijn van het zijnde dat het karakter heeft van het erzijn. Het gaat om hoe tijd is. En de werkelijkheid vormgeven:

“Strikt genomen is het zondagochtend.
Ik kan Bach opzetten, een hond huren,
alleen dauw is niet te koop.”

(en: “Ik zoek de onverharde wegen richting grens / rijen bomen om het geluid te dempen / vogelverschrikkers die de kosmos aanwijzen / en een ik die wat ritselt in de struiken / slay slay slay”).

En ik denk, wat een prachtig hoopje taal daar, en ik ben nog maar aan het begin van de bundel.
En ik denk aan mijn vader en mijzelf in dat Eindhoven waar we ooit woonden en hoe we geregeld eindsweegs richting grens reden, gewoon, alleen maar om een eind te rijden en zwijgend naast elkaar te zitten, en hoe langs het kanaal, en hoe de bomen (om het geluid te dempen).
En ik denk aan wat er strikt genomen is, en wat dat bij uitbreiding nog kan zijn: strikt genomen is het dinsdagmiddag maar op een eigenlijker nivo vrijdagavond misschien, zoals dit waar ik dit schrijf strikt genomen Vleuten heet maar in mijn hoofd al jaar en dag Llanera is.

De werkelijkheid en hoe je het vormgeeft. De modder die ons wordt toegeworpen. En wat we daarmee vormen.

Dacht ik.

Ook dacht ik jammer van die vogelverschrikkers die de kosmos aanwijzen, dat is er net een beetje over. En jammer dat het toch altijd weer zoon Bach moet zijn. Waarom niet Julien Baker of Sounds From The Ground of Victor Gama of Yair Etziony of Softland of Paul Mercer of Niyaz of Labradford of Delayaman of The Dead C of Davis Redford Triad of Karen Dalton of Lucretia Dalt of Dälek of Dale Cooper Quartet & The Dictaphones of Colleen of Coil of Bill Fray of Don Cherry of Cindytalk of Rhys Chatham of Het Zesde Metaal of Zeal & Ardor of You Fantastic! of Richard Youngs of Shannon Wright of Wooden Veil of Windsor For The Derby of Western Skies Motel of We Lost The Sea of The Wave Pictures of Chelsea Wolfe of Erik Satie of Sao Paulo Underground of The Bug of Dudu Tassa of The Northern Terriories of Cian Nugent of Cassavetes of Khôra of Nick Kuepfer of Les Momies De Palerme of Religious Knives of Jeff Burch of Henning Christiansen of Majid Bekkas of Burning Star Core of Kiko Esseiva of Wochtzchée of Transitional of Takahiro Kido of Lucidvox of Black Ox Orkestar of Stefan Goldmann of Efdemin of Charles Lloyd of Lunz of Rachel Goswell of Muslimgauze of Etienne Jaumet of Dave Fischoff of David Daniell of Kangding Ray of Föllakzoid of Hellvete of Katharina Klement of

Oneida of The God Machine of Master Musicians of Bukkake of Jerusalem In My Heart of Hiss Tracts of Simon Balestrazzi of Wreckmeister Harmonies of Braveyoung of Eleni Karaindrou of Daniel Higgs of Trailer Bride of Daniel Lercher of Kemialliset Ystätvät of Village of Savoonga of Deathprod, ik weet dat ik nu vloek in vele kerken maar er zijn zoveel mojere dingen die je op kan zetten dan Bach, zeker op zondagochtend (en ik denk aan de zondagochtend van laatst, toen mijn zoon en ik alleen thuis waren, en croissantjes maakten, het deeg vullend met kaas, en op de steerjoo loeihard The Fun Lovin Criminals, en hoe goed we ons toen voelden).

En dat dan misschien die opstartproblemen waren die ik noemde. Dat het soms te klaar schildert (omdat iedereen Bach kent) dat het soms te monumentalisties beeldhouwt (omdat zinnen, ook een zin, een andere zin, een zin als “Een net niet in je buik passende waarheid” bij vlagen net iets te gezwollen kunnen aandoen).

Maar wiens opstartproblemen zijn dat, kun je je afvragen: die van de dichter of van de lezer? Moet de lezer de dichter niet evenzeer aftasten als de dichter haar materiaal? Zit de lezer niet iets te makkelijk in zijn leesstoel krities te wezen, laten-we-eens-kijken-waar-dat-allemaal-heengaat-met-die-De-Wolf… & komaan we nemen nog een slok?

Misschien zijn het maar mijn ogen die moeten wennen aan hoe het schittert. Want schoonheid is een schittering. Een lichtstraal die je nooit kunt pakken. Je zou willen dan je erop zuigen kon. Of dat je het alleen maar kunt laten zien. Hoe de dingen soms zeer helder schijnen, en dan weer wat stoffig zijn. Soms ruikt het een beetje naar wie es eigentlich gewesen ist. Of naar het Ding an sich. Want het is “[l]astig kiezen: een leugenaar zijn / een waarheid erkennen”. Wie wil er kiezen tussen machtspolitiek of waarheidspolitiek, wie wil er zo aanmatigend zijn te denken dat hij macht heeft over de waarheid? Soms dacht ik: De dansvloer is van iedereen is een pilroman. Tot het uiterste geconcentreerde wijsbegeerte (niet de wijsheid op zichzelf maar de begeerte ervan). Vele betekenissen druipen uit De Wolf’s zinnen, en alles nodigt uit tot overdenking. Waarin een haast per definitie minimalisties medium als poëzie maximalisties kan zijn. Maar dat past een schrijver van zeer kort proza wel.

Een bijzonder filosofiese ingreep is bijvoorbeeld hoe bij De Wolf dingen op andere dingen lijken. De kracht van de metafoor, lees daar José Ortega y Gasset nog maar eens op na mensen maar ik zal u reeds verklappen dat het wonder gevonden kan worden in het gelijkende van het niet-gelijkende. Bij Maaike de Wolf lijkt iemand op Eddy zonder hem te zijn. Een man houdt van stamppot en gehaktballen en Mozart maar als de man er niet meer is resteert er alleen nog maar heavy metal en dubbelvla maar de heavy metal is niet echt. Het bezorgen van een pizza is in werkelijkheid een performance. Iets kan op liefde lijken. Maar liefde is daar niet. Alleen wandelende takken zijn er.

Misschien is dit een zoektocht naar waar alle mensen gelijk in zijn.
Misschien dingen die je alleen in poëzie klaar gezegd krijgt (een ode aan de niet-letterlijkheid).
Misschien de plekken waar het leven eventjes een tint heviger kleurt dan normaal.

Misschien verhalend van wanneer het overhelt naar het absurde. Moderne sprookjes. Ongebruikelijke beroepen of betrekkingen of bezigheden of momenten of zijnsmodi. Een gigolo. Een kettingbriefschrijver. Een taoïstische monnik. Tampononvriendelijke grapjes. Een hele mensheid staat op je schouders te bonzen. Kom maar. Kom maar. Komma. Allemaal gewoon maar mensen. Bijna achteloze manieren om in erotische of pseudo-erotische situaties te belanden. Een enkele keer stond een naam als Delphine Lecompte me op de lippen. De lippen van mijn pen (poëzie als deze laat mijn pen spreken). Misschien dit: dat Maaike de Wolf Delphine Lecompte is zonder alles dat Lecompte zo vervelend maakt (zou De Wolf ooit meedoen aan de slimste mens?) (asjeblieft maaike de wolf beloof dat je nooit mee zult doen aan de slimste mens) (en is het niet jammer hoe Dephine Lecompte langzamerhand aan het veranderen is in een persiflage op haarzelf?).

Na opstarten komt voortgaan. Achter het voortgaan liggen de geschiedenissen: “Wat heeft deze jeugd dat ik niet had? / Ik had zomers met water, bos, ijsjes / jongens die me aan een paal bonden / en al was het maar een spelletje / de geur van die buurt werd dikker / met de jaren. // We gingen niet naar het strand – te ver. / We gingen niet naar een pretpark – te min. / Een oma had dolfijnen in de buurt, met open mondjes / keken we naar de emmers vol vis van de verzorgers in hun lange laarzen / onwetend over de toewijding waarmee ze repeteerden / als we even niet keken.”

Alles wat er is als je even niet kijkt – misschien dat?

Ja.

Misschien.

Ik weet: deze bundel liet rimpelingen na in de lucht rondom de plek waar ik zat te lezen. Maar toen ik keek, was het er niet meer.

Maaike de Wolf De dansvloer is van iedereen

De dansvloer is van iedereen

  • Auteur: Maaike de Wolf (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 9 april 2024
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 20,00
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Maaike de Wolf

De dansvloer is van iedereen is een ode aan de onvolmaakte mens. Maaike de Wolf beschrijft een intens grotestadsleven waarin we het allemaal maar net bijeen weten te houden. Wat is er nodig om te bestaan, om mens te zijn? Hoe schuren onze verwachtingen langs de werkelijkheid? Mark Boog schreef bij toekenning van de Hollands Maanblad Beurs voor poëzie: ‘Die combinatie van gretigheid en treurnis, van slagroom en afhaalpizza, rijst krachtig en overtuigend op uit de poëzie van deze dichter […] Het gaat zeker niet altijd van een leien dakje, maar hier wordt geleefd – met overgave en twijfel.’

Bijpassende boeken en informatie

F. van Dixhoorn – Het doel van de opticien en De kat van de muziekschool

F. van Dixhoorn Het doel van de opticien en De kat van de muziekschool recensie van Tim Donkers en informatie over de inhoud van de dichtbundels.

F. van Dixhoorn Het doel van de opticien en De kat van de muziekschool recensie van Tim Donker

Hoe vaak was poëzie me een revelatie? Ik doel niet op schoonheid. Duizend keer vond ik gedichten prachtig. Ik heb het ook niet over poëzie van de daken willen schreeuwen. Duizend bundels heb ik van de daken willen schreeuwen, opdat ze wisten, de sukkelaars in de straten, opdat ze wisten. Ik spreek ook niet over poëzie die me de adem benam, aan de grond nagelde, me met stomheid sloeg. Duizend gedichten benamen me de adem, nagelden me aan de grond, sloegen me met stomheid.

Nee.

Ik bedoel.

Hier is wat ik bedoel: poëzie die om een uitbouw aan je brein vraagt. Omdat je categorieën blijkbaar net een maat te klein waren. Omdat je niet wist dat ook dit poëzie kon zijn. Dat het dit vermocht. Niet zomaar “experimentele poëzie”, als dat überhaupt al als categorie op zich kan tellen. Niet zomaar experimenterende dichters die ver gingen, en verder nog, maar afkwamen met een eindproduct dat mijn idee van poëzie nog niet al te erg op de proef stelden. Ruben van Gogh met zijn elkaar overwoekerende woorden in Klein Oera Linda; Anselm Berrigan die in Come In Alone afkwam met “gesloten” gedichten; poëzie als een perpetuum mobile, de eeuwige loop, je kon elk gedicht in principe oneindig blijven lezen, of steeds opnieuw maar dan op een andere plek in de ring beginnend; M. NourbeSe Philip met haar langzaamaan uiteenrafelende, dan verdwijnende (desintegrerende?) boeklange poëem Zong!; het gedicht als sudoku waarmee Onno Kosters kwam in zijn De grote verdwijntruc – ik zag het, nam er kennis van, vond het in meer of mindere mate interessant, vermakelijk. Maar een ontregelende schok was het niet.

De sublieme ervaring?

Na. Ja. Zo je wilt.

De openbaring. Kun je ook zeggen. De eerste keer was het in een trein. Ik had int winkeltje in de hogeschool waar ik studeerde Een leeuwerik boven een weiland van K. Schippers gekocht. Het boek had me een dreun verkocht die ik tot op deze dag nog niet te boven ben. Fotoreeksen, een enkele losse inval, een observatie, ogenschijnlijk willekeurige opsommingen, samenklonterende letters. Was dit poëzie? Dit was poëzie. Dit was veel meer poëzie dan welke poëzie ik tot dan toe gelezen had, omdat het taalplezier en -liefde tot uiting bracht. Dit ging uit van taal; niet van een of andere boodschap die op een “dichterlijke” manier voor het voetlicht werd gebracht.

Schippers liet me taal ervaren. Wat meer poëzie doen kon. Ik denk dat ik het boek bijna geheel uit las in die ene treinreis, maar ik was nog wekenlang onder de indruk.

Misschien wel de enige andere keer dat poëzie me in die mate overviel, was toen ik Takken molenwater / Kastanje jo / Hakke tonen / Hakke tonen / Uierton / Molen in de zon las van F. van Dixhoorn. Zo spaarzaam. Zo veel wit. Zo weinig woorden. En dan een zeggingskracht zo groot. Ik wist niet eens hoe ik het moest lezen. Moest ik alle gelijkgenummerde zinnen en zinsflarden na elkaar lezen, in logiese volgorde, dus eerst alle enen, dan alle tweeën, dan alle drieën? Of gewoon alles na elkaar, zoals het op de pagina stond? Ik las en herlas, las en herlas, las en herlas op alle mogelijke manieren. En iedere keer was er schoonheid, muziek, ritme, zuurstof, adem, leven.

In korte tijd verzamelde ik alles wat ik vinden kon van deze dichter. Wat Dixhoorn deed in Groningen vond ik nooit. Wat Dixhoorn deed in Groningen. Dat zou een schone titel geweest zijn. Toen. In de tijd dat ik mijn besprekingen nog titels gaf. Ook niet alle Bezige Bijen; wel die Slibreeks maar die dacht ik al te kennen. Bleef een van mijn favoriete dichters, al leek hij steeds verder onder mijn radar te vliegen (het kan ook zijn dat mijn radar tijdenlang op zwakstroom stond met mijn twee kinderen die er intussen bij waren gekomen). Maar toen ik vernam dat hij werk bij het balanseer zou gaan uitgeven, sprong mijn hart op.

F. van Dixhoorn bij het balanseer, ja dat past als een ei bij een kip. Eén van de interessantste uitgeverijen van de Benelux, samen met Koppernik dan misschien. het doel van de opticien en de kat van de muziekschool. De titels klinken in ieder geval tiepies Van Dixhoorn.

De “bundels”, als je de werken nog zo kunt noemen, komen als losse katernen in een kassette, of, zeg, een foedraal. Het deed me denken aan ongeluksvogels van B.S. Johnson – weet u nog dat de schrijver de lezer opriep om zijn katernen flink te husselen vooraleer hij ten lezen aanving? Van Dixhoorn nummerde zijn katernen: het doel van de opticien in 33, 38, 69, 83 en 88/89; bij de kat van de muziekschool heten de katernen “velden”, onderverdeeld in veld 2, veld 3, veld 4 (verre uittrap), veld 6, veld 7 en veld 8 wat al iets logieser lijkt al vraag ik me af waar veld 1 en veld 5 zijn (of heb ik een inkomplete versie?) (veld 4 heeft een voor Van Dixhoornfans niet onbekende titel).

Maakt het uit in welke volgorde de lezer de katernen leest? Is er uberhaupt een volgorde? De katernen kennen erg veel wit, soms zijn hele pagina’s wit (bij de kat van de muziekschool blijft zelfs het hele vierde veld wit, nota bene nog een van de dikkere katernen!); veelal lopen worden en zinsflarden van de pagina af, zodat er hier en daar niet veel meer dan een leesteken (een puntkomma of een haakje sluiten) overblijft. Van wat leesbaar is, is amper een koherente zin te maken, laat staan zoiets als een “ontroerend” gedicht (of heb ik een misdruk?). Flarden, brokjes, splinters, meestal van kliesjees die uit elk gemiddeld straatgesprek opgetekend zouden kunnen zijn. Daarbij stuit u wel op het mooiste taalfragment van het jaar: “het tumult tot geroezemoes / reikt / tot aan de zomer”; op deze woorden kan ik zuigen tot ver voorbij de zomer!

Intrigeren doet het me weer. Wat moet ik hiervan maken? Cageïaanse “toevalspoëzie”? Stilteverklanking? Witgedicht? Het verslag van een ommetje doorheen de straten, en wat de dichter daarbij zoal opving? Stadspoëzie? Of een dichter die langzaamaan uit zijn eigen werk stapt en de taal laat woekeren, of juist uitdoven?

Zegt u het maar.

het doel van de opticien. de kat van de muziekschool. Twee nieuwe titels van F. van Dixhoorn, en in al zijn spaarzaamheid is het weeral niet niks. Misschien niet het mooiste wat hij ooit schreef. Maar zeker wel het bijzonderste.

F. van Dixhoorn Het doel van de opticien

Het doel van de opticien

  • Auteur: F. van Dixhoorn (Nederland)
  • Soort boek: gedicht
  • Uitgever: Het Balanseer
  • Verschijnt: 24 november 2024
  • Uitgave: vijf katernen met losse composities
  • Prijs: € 25,00
  • Boek bestellen >

F. van Dixhoorn De kat van de muziekschool

De kat van de muziekschool

  • Auteur: F. van Dixhoorn (Nederland)
  • Soort boek: gedicht
  • Uitgever: Het Balanseer
  • Verschijnt: 24 maart 2024
  • Uitgave: Zes velden, zes katernen
  • Prijs: € 25,00
  • Boek bestellen >

Bijpassende boeken en informatie

Jabik Veenbaas – Kamermuziek

Jabik Veenbaas Kamermuziek recensie en informatie over de inhoud van de dichtbundel. Op 30 mei 2024 verschijnt bij uitgeverij Wereldbibliotheek de bundel met nieuwe gedichten van Jabik Veenbaas. Hier lees je informatie over de inhoud van de dichtbundel, de dichter en over de uitgave.

Jabik Veenbaas Kamermuziek recensie

Als er een boekbespreking of recensie verschijnt van Kamermuziek het nieuwe boek van van de Nederlandse dichter en schrijver Jabik Veenbaas.

Jabik Veenbaas Kamermuziek

Kamermuziek

  • Auteur: Jabik Veenbaas (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 30 mei 2024
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Jabik Veenbaas

De bundel Kamermuziek heeft een intiem karakter. Hij bevat gedichten waarin de dichter zijn jeugd oproept, de wereld van het dorp, van zijn ouderlijk gezin, dat vol liefde was en dat hem kracht voor het leven gaf, ook al zat de oorlog er dagelijks aan tafel, en over zijn oom en tante. In een gedicht vertrouwt hij ons toe waarom hij geen organist geworden is, in een ander gedicht hoe hij gaandeweg van zijn naam leerde houden. Veenbaas borduurt hier verder op de thematiek van zijn bundel Mijn vader bad, maar de dichter geeft ook ruimte aan het heden, aan de liefde, aan aardse ogenblikken van geluk die soms maar heel kort lijken te duren, aan het stervensuur van een laatste vader.

Bijpassende boeken

Daan Doesborgh – Moet het zo

Daan Doesborgh Moet het zo recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe dichtbundel die op 23 februari 2024 bij uitgeverij Van Oorschot verschijnt. Hier lees je uitgebreide informatie over de inhoud van de dichtbundel, de dichter en over de uitgave. 

Daan Doesborgh Moet het zo recensie

Zodra er een boekbespreking of recensie van de dichtbundel Moet het zo, geschreven door Daan Doesborgh in de media verschijnt, zal er op deze pagina aandacht aan besteed worden.

Daan Doesborgh boeken en informatie

Daan Doesborgh is in 1988 geboren in het Limburgse dorp Steyl. Van 2006 tot 2011 was hij stadsdichter van Venlo. Veel van zijn gedichten zijn gepubliceerd in het literaire tijdschrift Tirade. Daarnaast gaf hij een aantal bundels uit bij een kleine uitgeverij. Zijn nieuwste bundel Moet het zo, waarover je hier alles leest, verschijnt in februari 2024 bij uitgeverij Van Oorschot.

Daan Doesborgh Moet het zo

Moet het zo

  • Auteur: Daan Doesborgh (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Van Oorschot
  • Verschijnt: 22 februari 2024
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Daan Doesborgh

Het is voor een dichter het hoogst haalbare: een gedicht dat leest alsof het altijd al heeft bestaan. Maar ook aan zulke, monumentale poëzie moet een hoop twijfel vooraf zijn gegaan. Die gedachte loopt als een rode draad door Moet het zo. In deze bundel verkent en bevraagt Daan Doesborgh de mogelijkheden van het gedicht.

Zijn zoektocht leidt de ene keer tot strakke gedichten en klassieke versvormen, de andere keer waaieren de verzen vrijelijk over de pagina. En ook in zijn thematiek laveert hij wat af: Waarom maken we zo moeizaam contact met de doden? Wat is het rouwproces van bijen? Wat heb je aan een gedicht als er oorlog wordt gevoerd over water? Wat voor twijfel zit er achter een zelfverzekerd gedicht?

Doesborgh dicht nu eens behoedzaam en bevragend, dan weer met de branie van een dichter die weet hoe goed hij het vak beheerst.

Bijpassende informatie

Rozalie Hirs – dagtekening van liefdesvormen

Rozalie Hirs dagtekening van liefdesvormen. Op 26 januari 2024 verschijnt bij uitgeverij Querido de nieuwe dichtbundel van de Nederlandse dichteres Rozalie Hirs. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek en over de uitgave. Daarnaast is er aandacht voor de boekbesprekingen en recensie van dagtekening van liefdesvormen, het nieuwe boek van Rozalie Hirs.

Rozalie Hirs dagtekening van liefdesvormen

Rozalie Hirs is geboren op 7 april 1965 in Gouda. Ze studeerde ze chemische technologie aan de Universiteit Twente. Tijdens haar studie werd ze gegrepen door de muziek en ging achtereenvolgens studeren aan het Utrechts Conservatorium en Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Na haar studie ontwikkelde ze zich tot een componist van naam en faam die inmiddels heel wat muziekstukken op haar naam heeft staan.

Sinds eind jaren negentig van de vorige eeuw, publiceert Rozalie Hirs ook een dichtbundels. Haar poëziedebuut Locus verscheen in 1998. Inmiddels heeft ze een kleine tiental dichtbundels geschreven. Haar voorlaatste boek met gedichten, Oneindige zin, verscheen in 2021 en haar nieuwste bundel waarover je hier alles kunt lezen, verschijnt begin februari 2024 bij uitgeverij Querido.

Rozalie Hirs dagtekening van liefdesvormen

dagtekening van liefdesvormen

  • Auteur: Rozalie Hirs (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 26 januari 2024
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Rozalie Hirs

dagtekening van liefdesvormen is een autobiografie in gedichten, verhaspelde chronologie tussen mannelijk en vrouwelijk, voelen en denken, in het licht van affectie en liefde. Voor de geliefde natuurlijk. Voor vrienden en onbekenden. Voor de natuur en, in mindere mate, de stad. Bij nacht, dag. Een neuraal netwerk van ervaringen en herinneringen in wording. Een ode aan verandering, aan reizen, leven. Met gedichten als dagtekeningen, vormen van verschijnen en verdwijnen, van geboren worden. Rozalie Hirs keert terug naar een nieuwe eenvoud, de oorsprong van haar liefde voor de taal.

op deze hartgrondigste dag bezingt de roos
hoe we hemelsblauw schutterig liefhebben

en denken zijn trage tijd van naderen vindt
een vrijgevochten toekomst van de roes

Bijpassende boeken en informatie

Simone Atangana Bekono – Marshmallow

Simone Atangana Bekono Marshmallow. Op 23 januari 2024 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers de nieuwe dichtbundel van de Nederlandse schrijfster Simone Atangana Bekono. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek en over de uitgave. Daarnaast is er aandacht voor de boekbesprekingen en recensie van Marshmallow, de nieuwe dichtbundel van Simone Atangana Bekono.

Simone Atangana Bekono Marshmallow informatie

Simone Atangana Bekono is in 1991 geboren in het Brabantse dorp Dongen. Ze heeft een een Kameroense vader en een Nederlandse moeder. Na de middelbare school studeerde ze Media & Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Deze opleiding maakte ze niet af en ze stapte over naar de studie creative writing aan de hogeschool ArtEZ.

Haar debuut, de dichtbundel Hoe de eerste vonken zichtbaar waren, verscheen in 2017, waarna in 2020 haar debuutroman Confrontaties verscheen die alom geprezen en gewaardeerd is en op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2021 stond. Ook werd het boek bekroond met de prijs Beste Boek voor Jongeren 2021 van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB). Ook de Hebban Debuutprijs 2021 en de Anton Wachterprijs 2022. Haar nieuwe dichtbundel, waarover je hier alles kunt lezen, verschijnt eind januari 2024 bij uitgeverij De Arbeiderspers. Ook zijn op deze pagina dan de boekbesprekingen en recensies van de dichtbundel te vinden.

Simone Atangana Bekono Marshmallow recensie van Tim Donker

en wie, en simone atangana bekono gaat straf van start in deze bundel, en wat is wie, en wie is wie in watland, de wattman, de watkern, alle beelden opnieuw, soppige dromen romige roomdromen, boosaardige angstzweet-en-pillendromen, je kent die dromen wel, al die vormen, een ondersteboven boom met de wortels grajend in de lucht bijvoorbeeld, een vliegend paard met hoorns, en een serpent met een engelengezicht, en simone atangana bekono zag het allemaal, en simone atangana bekono zag het allemaal opnieuw, want ik ken het, ik ken de beelden wel, ik ken het allemaal al zo lang maar als het wordt herverteld, en simone atangana bekono weet hoe te vertellen, en opnieuw vertellen, en de hervertelling hervertellen totdat het als nieuw verschijnt, laat het allemaal als nieuw verschijnen, en simone atangana bekono laat het als nieuw verschijnen, en simone atangana bekono laat het allemaal als nieuw verschijnen, en de beelden vliegen, en de beelden vliegen over, voetjevrijen met jezus, een viering zou fijn zijn, als je een knekelhuis nee een monstertruck was, of een mango met schil en al, of een zakelijk contract, en als iemand, als een dichter, als een sjamaan die beelden tot wervelen bracht, in je hoofd of daarbuiten, als het maar eventjes wilden stoppen met regenen, en ging, en simone atangana bekono brengt de beelden tot wervelen, in je hoofd en daarbuiten, en simone atanga bekono laat het heel eventjes stoppen met regenen, in je hoofd en ook daarbuiten, en simone atangana bekono is een sjamaan, ik een hond was, en bitter, en beet, je kunt me vinden in de wereld, je kunt me vinden bij de rotonde, als je me nodig hebt kun je me vinden in de tuin tenzij het weer is gaan regenen, niet in einde, het moet niet te snel gaan, niet in einde, het is een kamer het is geen kamer, (over een meisje / niet over een meisje), en, midst dit alles, midst de wereld en de mensen en de honden en de kaos tot twee geraken, hoe vindt zo’n stel elkaar?, misschien in de gang van een lelijk gerenoveerd concertgebouw, want ook in lelijkheid kan de liefde zingen, ook lelijkheid kan zingen, simone atangana bekono brengt de lelijkheid tot zingen, als liefde een beloning is dan moet het in een doos maar in een doos wil het niet wonen, en het bleef kolken, maar nu, mun god, nu buldert het, en toen kookte het over, breng het kookpunt tot stilstand, breng de stilstand tot het kookpunt, en simone atangana bekono doet dat, simone atangana bekono doet dat allebei, en simone atangana bekono doet het allemaal, en al lezend ga ik zo de hoogte in, al lezend vlieg ik zo de kamer uit, kosmogramma, links miljarden jaren diepe tijd, een glimp, vermoedelijk toch nog zo dicht dat je van het spook kunt maken wat je wilt, perspectieven op tijd en de gaten in de heg, bewegingsloos :: parkeerplaats, en zo veel aan leven verslapen dat je je sterfelijkheid onschadelijk maakt, en simone atangana bekono schaadt wat niet baten kan, droefnis verbergt de zon, weer alles boven, alles weder open, het weerstand biedende eeuwige blauw, vind hem bij de winden, engelssprekende mensen aan de deur, zet het open, alles weder open, en simone atangana bekono laat het gaan, en simone atangana bekono laat het blazen, nieuwe klanken voor de morgen, de morgen ligt te slapen in een hoekje, lichtschakeringen doen de binnenarchitectuur moduleren, je kunt doen, maar intussen is mijn koffie koud geworden, en ik moest nog, en je moet nog, en alles moet nog, en niks nog gezegd, er is nog niks echt gezegd, de vingers op de plekken, en simone atangana bekono legt alle vingers op alle zere plekken, geen warme gerechten alleen koude lichamen, zoals, zei ik dat al?, mijn koffie dus, engelssprekende mensen voor mijn deur en mijn koffie koud en melkkoe kalfje treurlied, de koe het dier de vissen, de vissen uit de hemel, visserslatijn uit de bijbel, en jezus was een zeiler toen hij over het water liep, en dan gewoon naar de bodem zakken, binnen in de aarde is een berg, de terra, het lyrisch ik niet meer toereikend, het tekende bestiaria vol, het alias antroploog, word rivier word oceaan word woestijn, en bij simone atangana bekono alles altijd wordend en bij simone atangana bekono alles altijd zijnd, schilder de beklemming, schilder het geluid in gezangen, de roep van vogels, donker houten tafel praat niet, en simone atangana bekono ontlokt woorden aan alles, je ziet het woord, je ziet het licht, ik zie het licht in elke lamp, alles zonder ballast, of de zon, het liggen en de stralen en het hoger en de honing, om honing gaat het niet, wat knaagt, neerbraak, wat knaagt neerbraak, en simone atangano bekono knaagt de neerbraak en laat zien, laat zien wat binnenin is, wat is waar je het niet denkt te zien, hoewel ze verschijnen, de mens het enige dier dat weet hoe het moet sterven, engelssprekende wetende dieren aan mijn deur en alles daarna, glooiend landschap met putten in de weg, de laatste grote uitdaging in een suffe wereld, ik blijf hier niet, misschien als je verlegen zit om wat allerlaatste kruimels, helderrauw, de avondlijke grasvlakten en het strijklicht, het strijkt over, en simone atangano bekono laat het licht strijken over je gezicht, waar het strijken strelen wordt, het is wat het is, het is nooit wat het is, maar mona lisa is niet teruggekomen, je zit, je leest, je denkt aan de dingen, soms zit ik te denken en soms zit ik gewoon te zitten, en soms moet ik opstaan om de deur te openen voor engelssprekende mensen, de allereerste actie was sensationeel, bracht iets tot kwelen, kweelde iets tot brengen, kweelde tot er iets brak, maar die koffie wordt er niet meer warm van, poelen teerachtig water, waar het begint, waar de verdeling begint, een voor jou en een voor mij, in je handen, alles in mijn handen, taalmuziek, simone atangana bekono maakt taalmuziek, hier zingt het paradijs, hier klit de wijn aan je lippen, hier passen ladders gewoon in je zak, en de trilling van vlak voor de vraag voelde je later pas –

de bladzijden op de trilstand –

en

en simone atangana bekono heeft het sociaal contract nooit ondertekend, en simone atangana bekono zet in mijn kamer levensgroot de ampersand, en simone atangana bekono is wel / geen sexsymbool (doorhalen wat niet van toepassing is), en simone antanga bekono liet de bloemen groeien, en simone atangana bekono werd niet voor niets geprezen in het paard van troje

en simone atangana bekono heeft met Marshmallow een ongekend fantastiese dichtbundel geschreven


Simone Atangana Bekono Marshmallow

Marshmallow

  • Auteur: Simone Atangana Bekono (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 23 januari 2024
  • Omvang: 72 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 18,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Simone Atangana Bekono

In Marshmallow maken we kennis met een hond, een vrouw en een slaapkamer in ‘een heel normaal appartement’. Alles komt op losse schroeven te staan in deze bundel waarin de poëzie zichzelf constant bevraagt, tegenspreekt en ondermijnt. Met gebruik van verschillende registers brengt Atangana Bekono groteske beelden, erotiek, alledaagsheden en geweld samen in de botsende herinneringen van twee stemmen die eens lieflijk samen moeten hebben geklonken, resulterend in giftige, grappige, en schrijnende poëzie.

Bijpassende boeken en informatie

Tonnus Oosterhoff – Mond vol dobbelstenen

Tonnus Oosterhoff Mond vol dobbelstenen. Op 18 januari 2024 verschijnt bij uitgeverij De Bezige Bij het nieuwe boek van de de Nederlandse dichter en schrijver Tonnus Oosterhoff. Hier is informatie over de inhoud van het boek te lezen, over de auteur en over de uitgave.

Tonnus Oosterhoff Mond vol dobbelstenen recensie

Ook is er aandacht voor de boekbesprekingen en recensie van Mond vol dobbelstenen, de nieuwe dichtbundel van Tonnus Oosterhoff, zodra deze in de media verschijnen.

Tonnus Oosterhof informatie en boeken

Tonnus Oosterhoff is op 18 maart 1953 geboren in Leiden. Het grootste deel van zijn leven woont hij trouwens in de provincie en stad Groningen. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Aan het begin van zijn schrijversloopbaan schreef hij een aantal verhalen voor het tijdschrift Mijn geheim. Hij deed dit trouwens anoniem. Primair is hij dichter maar hij heeft ook verhalen, romans en essays gepubliceerd.

Zijn debuut in boekvorm is de dichtbundel Boerentijger die in 1990 verscheen en waarvoor hij de C. Buddingh’-prijs ontving. Een jaar later in 1991 verscheen de eerste bundel met verhalen die Vogelzaken als titel kreeg. Zijn eerste roman Het dikke hart lag in 1994 voor het eerst in de boekhandel en werd bekroond met de Multatuliprijs. In het jaar 2000 verscheen Ook de schapen dachten na, zijn eerste bundel met essays.

In totaal heeft Tonnus Oosterhoff inmiddels ruim twintig boeken gepubliceerd en in 2012 ontving hij P.C. Hooft-prijs voor het gehele poëtische oeuvre. Zijn nieuwe dichtbundel Mond vol dobbelstenen waarover je hier alle informatie kunt lezen, verschijnt in januari 2024.

Tonnus Oosterhoff Mond vol dobbelstenen

Mond vol dobbelstenen

  • Auteur: Tonnus Oosterhoff (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 18 januari 2024
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 21,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Tonnus Oosterhoff

Tonnus Oosterhoff speelt met de oneindige mogelijkheden van de taal en het toeval. Motieven, hele tekstfragmenten soms, komen terug in allerlei schikkingen, alsof elk gedicht een nieuwe worp met dezelfde dobbelsteen is. Zo beproeft Oosterhoff voortdurend de aandacht van de lezer, probeert hem te verleiden tot terugbladeren en alles in een nieuw licht te zien. Mond vol dobbelstenen laat zich lezen als één groot, meerkoppig gedicht, dat voortdurend van gedaante verandert en schittert in zijn volstrekte oorspronkelijkheid.

Op de ijskoude oceaanbodem
werkt een wrakbaars een kleine
haai levend naar binnen.
Even dag in zijn eeuwige nacht.
Voor haai is de wrakbaars een eetbare woning,
een huisje van koek, een sprookje. 

Bijpassende boeken en informatie

Kira Wuck – Koeiendagen

Kira Wuck Koeiendagen. Op 23 januari 2024 verschijnt bij uitgeverij De Geus de nieuwe dichtbundel van Kira Wuck. Hier lees je informatie over de inhoud van de dichtbundel, de schrijfster en over de uitgave.

Kira Wuck Koeiendagen recensie van Tim Donker

Zegt iemand, zegt wie, zegt mijn dochter, zegt mijn moje lieve negenjarige dochter: Dat lijkt me best leuk, wat jij doet. Ik leg weg, ik leg Koeiendagen weg, ik vraag Wat doe ik dan? Boeken lezen, zegt ze, en dan schrijven wat je ervan vond. En dat is mooi, er is in ieder geval iemand die het leuk vindt wat ik doe.

Later die avond, in stilte, in halflicht, vraag ik me andermaal af Maar wat doe ik dan? Boeken lezen. En zeggen wat ik ervan vind. Welke boeken, naja de laatste tijd ook boeken die ik bestel, soms van heinde, soms van ver, maar toch, voornamelijk nog, nog altijd, de boeken van de stapels. En er wordt gezegd, er wordt gewenst dan t schrijverken er stokken in komt steken. Ja. Dat wens ik ook wel. Dat elk boek t schrijverken tot leven wekt. Dat bij elke zin die ik lees Dregke uit heur asse herrijst. Wat zou dat mooi zijn. De jubel te zingen over alles. De glorie te laten neerdalen over elke titel. Het zijn echter niet de stapels die t schrijverken neder en Dregke in heur asse houden. Het is de literatuur. Het zijn de boeken die ik op eigen kosten laat komen, soms van heinde, soms van ver, net zo goed. De jubel  kleeft niet aan elk boek. Dregke woont niet in elke zin. De pracht vlamt op in een enkele hoek, meestal de meest onvermoede.

Je kunt ook zwijgen. Je kunt ook alleen maar lezen. Je kunt ook alleralleenst gelukkig zijn met zo’n onverwachte schittering. Maar dat is niet wat ik doe. Mijn dochter heeft het gezegd. Boeken lezen, en schrijven wat ik ervan vind. Dat doe ik. Zei ze. Is waaraan ik denk als ik zit, in halflicht, stil, met een bundel van Kira Wuck voor me op tafel.

Koeiendagen was me nu precies zo’n boek. En dat begon al bij het omslag. Goed omslag!, noteerde ik in mijn schrijfblok toen ik het de allereerste keer in mijn handen hield. Ergens vroeg in het jaar moet dat zijn geweest want het is geschreven op een wit blaadje; later had ik een geelbladig schrijfblok. Goed omslag met een uitroepteken erachter. Wat ik meestal gebruik als ik vind dat ik de opmerking serieus moet nemen, later, als ik toe ben aan dat “schrijven wat ik ervan vind” waar mijn dochter het over had. Ik weet dat ik de helft van die aantekeningen ongebruikt laat en omdat ik weet dat ik dat weet, gebruik ik leestekens om aan te geven wat er, straks, niet genegeerd gaat mogen worden. Goed omslag uitroepteken, en dan: “behalve dan dat dat mens langs onder aan het vervagen is.”

En ik denk ja.

En ik denk ho.

En ik denk hum.

Is het een goed omslag? Ja. Nee. Misschien. Het heeft iets lulligs, de sfeer van een familiale winterpretfoto uit de jaren zeventig van de vorige eeuw (lekker dat je dat er sedert de millenniumwende erbij kan zetten, dat “uit de vorige eeuw”, dat maakt het nog iets archaïscher). Als dit “lullig” gedacht kan woorden als het tegenovergestelde van “pretentieus”, is het een goed omslag. Dichten over iets wat er ooit was maar nu niet meer kan heel mooi zijn, vooral als het zonder drama gebeurt. Gewoon een dag ooit, niet eens een perfecte dag, gewoon een moje dag, je was nog jong, je ouders waren er nog, je liep door de sneeuw, het was mooi en nu is het er niet meer. Omdat het ongrijpbaar geworden is, is het nu poëzie – toen was het gewoon maar een dag, een dag zoals er nog zouden komen.

Is een goed omslag.

Zou een goed omslag kunnen zijn.

Behalve dan dat mens langs onder vervagende is. Schreef ik ook. Het is niet zomaar een foto, het is een bewerkte foto, en de bewerking moet het geheel een symboliese lading geven. De vrouw is er maar half, dat betekent iets. Als het alleen maar betekent wat ik boven al zei, is de bewerking overbodig. Dat spreekt en zegt de foto onbewerkt ook al. Als het nog iets meer wil zeggen dan dat, ontdoet het de foto van zijn sjarmante lulligheid en steken de pretenties weer de kop op. En ineens is het niet meer zomaar een goed omslag uitroepteken maar een boek dat spreekt en zegt Dit zou wel eens heel mooi kunnen zijn maar het zou net zo goed een draak van een bundel kunnen zijn.

En je wil wel. Je wil wel parelduiker zijn. Je wil wel onderduiken in de letteren en boven komen met de mooiste woorden ooit geschreven, met iets prachtigs dat tot nog toe verborgen is gebleven en nu echt naar daglicht gebracht moet worden. Ja dat zou mooi zijn, Dregke. Maar dat is niet hoe de stapels werken. Dat is niet hoe de boeken die ik bestel, soms van heinde, soms van ver, werken. Dat is niet hoe literatuur, hoe het leven werkt. Je gaat doorheen de dagen met wat is. Wat is, is veelal iets dat tussen pracht en draak in ligt.

En ik ga. En ik loop.

“krulspelden en de dood gaan / om een of andere reden goed samen” is een zin die hier bij past. Een zin die past bij een omslag dat goed was geweest als de vrouw niet vervagende was geweest, een zin die sterker was gewist als dat lidwoord niet voor dood had gestaan, krulspelden en dood, dat is het misschien, weeral sjarmante lulligheid en, naja, pathos.

En dan. Een prozagedicht. Kan ook. Waarom niet. Waarom niet een en dan, waarom niet een prozagedicht. Iets met rijden, iets met een zee die je niet ruikt, iets met koeien vol plastiek. Kan ook. Later. De stad die opzwelt in de zon.

En je wil wel parelduiker zijn en daarom duik je ook. In Koeiendagen kan men zwemmen. De woorden van Kira Wuck geven je iets om in te duiken. Krachtige slagen. Soms een blik. Met open ogen onder water zwemmen. Zien. Af en toe iets dat een lelijke kras op je voeten geeft. Het drama dat er inderdaad af en toe is, en te vet aangezet ook. Er is dood, er is denk ik ook een moeder dood, vandaar die vervagende vrouw op het omslag want die kon je heel best houden voor een moeder met haar kind. Maar dit wordt. Afgewisseld met. Moje beelden misschien. Charles Bukowski in het abattoir. Zonnestralen die overal gratis zijn. De Burger King als de koelste maar ook treurigste plek op aarde. Liefde op ongerijmde plekken.

Of een grappige droogkomiese situatie: “’Vanbinnen ziet het er allemaal heel goed uit / ik heb zelden zo’n mooie baarmoeder gezien,’ zegt de gynaecoloog // ik bedank de dokter / hoewel verder niemand mij vanbinnen zal zien / vind ik het een aardig compliment / als alles tegenzit kan ik nog altijd zeggen / dat het binnen allemaal heel goed zit”, en ik denk aan de gemeten mens, de onder controle staande mens, alles uitgemeten, alles in de gaten gehouden & ik loop ook altijd -even-  iets lichter als de tandarts en de mondhygiëniste hebben gezegd dat het allemaal goed is en ik kan gaan denken aan het volgende halve jaar & waarom eigenlijk,

kan volgen op of voorafgegaan worden door iets dat me alleen maar wrevelig maakte: “Terwij de wereld uiteenviel, aten we onze handgesneden patat.” bijvoorbeeld, maar één bladzijde eerder: het koor van ongelukspapegaaien is wel dikbevolkt genoeg nu, Wuck, het is al zo lang vijf voor twaalf dat je je af gaat vragen of de klok niet stilstaat, het einde van de wereld is al nabij van sinds het begin, en de vermaning dat we gewoon maar blijven voortdoen met onze dagdagelijksheden terwijl “alles” in brand staat, begint ook een beetje oud te worden plus daarbij ik verafschuw het woord “patat” (een patat is een aardappel, zeg ik altijd tegen mijn kinderen, en daarvan kun je bijvoorbeeld heerlijke frietjes snijden); dat ik in de eerste instantie “handgeschreven” las maakte het maar een heel klein beetje erg.

Zo was me Koeiendagen. Ik dook. Kwam boven met handen vol zand. En soms glinsterde daar iets in. En dat is dus klaarblijkelijk wat ik doe. Duiken, en schrijven over de glinsteringen in het zand.

Kira Wuck informatie

Dichteres en schrijfster Kira Wuck is geboren in 1978. Ze is jet kind van een Finse moeder en een Indonesische vader en groeide op in Amsterdam en wordt vooral geïnspireerd door de melancholie uit de noordelijke landen. Haar opleiding volgde ze aan de Hogeschool Utrecht en aan de Schrijversvakschool in Amsterdam.

Kira Wuck debuteerde in 2012 met de poëziebundel Finse meisjes waarvoor ze de C.W. van der Hoogtprijs 2013 gewonnen en nomineerd was voor de C.Buddingh’prijs 2013 en de Jo Peters PoëziePrijs. In 2018 verscheen haar tweede dichtbundel De zee heeft honger, gevolgd door haar debuutroman Knikkerkoning is 2021. Haar nieuwe en derde dichtbundel waarover je hier alles kunt lezen, verschijnt op 23 januari 2024 bij uitgeverij De Geus.

Kira Wuck Koeiendagen

Koeiendagen

  • Auteur: Kira Wuck (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 23 januari 2024
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 18,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Kira Wuck

In haar onmiskenbaar eigen idioom zoekt én bevecht Kira Wuck de balans tussen lichtheid en gewicht.

Sla je op de vlucht om iemand te vergeten of om diegene juist dicht bij je te houden?

Zul je diens lelijke kopjes ooit terugvinden in de kringloopwinkel?

Hoeveel koeiendagen heb je nodig voor je weet hoe je moet rouwen?

De dood waart in verschillende gedaantes rond door de derde dichtbundel van Kira Wuck. Gelukkig weet zij ook hoe je verdriet kunt verleggen. Troost blijkt onder meer te vinden bij andere lichamen, een heelal boven je bed of in de Bur­ger King. Soms moet je simpelweg weer eens echt goed naar jezelf kijken, om te zien “hoe mijn ledematen zich konden uitvouwen// zodat ze jou zachtjes kon­den raken als het riet.”

Bijpassende boeken en informatie